DE BLOEMENKRANS SOETRA

AvatÓmsaka Soetra


Vervolg van bijlage 3 bij het twaalfde boek





Het Netwerk van Plaatsen
In deze meditatie, zegt de tekst, verschijnen de Bodhisattvas lichamelijk in alle hoeken van alle windrichtingen.
We moeten onthouden dat het hier een meditatieve geest is die zich richt op door hem of haar zelf in de geest opgeroepen gestalten. En die meditator-toeschouwer maakt de meditatie van de ander mee, voelt zich er deel van, en het komt hem of haar, in de eigen meditatie, voor dat hij of zij, samen met de bodhisattva,

"soms de juiste concentratie (samyak-samādhi) binnengaat in het oosten,
en uit die meditatie verrijst in het westen."

En zo vervolgens met alle windrichtingen; van het noorden naar het zuiden, van de ene tussenliggende windrichting naar de andere.

Velen hebben zich hier het hoofd over gebroken -- wat betekent dit?
Wanneer we het heel letterlijk willen opvatten zou deze meditatie kunnen inhouden dat je gewoon gaat zitten wanneer de zon in het oosten staat, en uit je meditatie verrijst wanneer hij in het westen staat.
Het zou kunnen, maar deze verklaring kan ook als te eenvoudig van de hand gewezen worden.

Maar houden we dat beeld nu eens vast, dan zijn ook de volgende passages uit deze samādhi verklaarbaar:

"De juiste concentratie binnengaand in het lichaam van een jongere,
en er uit verrijzen in het lichaam van een volwassene."

En zo vervolgens met een groot aantal vormen van menselijk en niet-menselijk leven.
Houden we ons aan de instructies dat alles dat we in de wereld tegenkomen deel uitmaakt van het "element van bodhi", en houden we de geest daar voortdurend op gefocust, dan kunnen we zeggen dat we in een ononderbroken samādhi verkeren, ook al gaan we gewoon rond in ons dagelijkse leven.
Zo kunnen we dan samādhi op jonge leeftijd binnengaan, en ergens tijdens onze volwassenheid er uit verrijzen om om te zien, en te zien dat het goed was.

Er staat ook
"Juiste concentratie binnengaan in de faculteit van horen
en uit de concentratie verrijzen in het veld van geluid,
....
Juiste concentratie binnengaan in het veld van geluid,
en uit de concentratie verrijzen in het [orgaan] oor, ongestoord,
...."


Niet alleen wordt hier verwezen naar de vroege Abhidharma-literatuur waarin de zintuigen en hun functioneren in detail wordt beschreven, maar zien we ook dat concentratie-meditatie niet statisch is, maar meevloeit met hetgeen ervaren of verbeeld wordt: ik zet me neer om de faculteit van het horen te gaan onderzoeken en analyseren, en concentreer me daarbij - als Quan Yin in de Surangama Soetra - op geluid, om met die meditatief-onderzoekende geest uit te komen bij het fysieke oor -- om daarbij dan weer te realiseren dat er geen horen zou zijn als er geen hoor-orgaan was, en dat er geen geluid zou worden waargenomen als er geen hersenschakeling was tussen het oor en het geluid dat gehoord wordt, en dat ze, omdat ze van elkaar afhankelijk zijn, geen ultiem bestaan hebben.

Tot zover de inleiding.




Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Naar boek 12, bijlage 4

Terug naar pagina een van boek twaalf

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme