Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






MYANMAR

De gewapende conflicten in de Rakhain/Árakan-staat

februari en juli 2018, het monnikenaandeel, de geldstromen, en rapport oorlogsverwondingen


In april 2016 had de monnik U Parma-òeka (schrijf: Parmaukkha) met een aantal medestanders gedemonstreerd voor de ambassade van de VS. De VS-ambassade (en de rest van de sprekende en schrijvende gemeenschap op het westelijk halfrond had de term 'Rohingya' gebruikt, en daar had de groep tegen geprotesteerd; het moest 'Bengali' zijn, (waarvan een enkele amerikaanse vrijetijdsblogster meent dat dit een 'slur word' is, een beledigende term. Daar zijn de Bengali van India en Bangladesh het niet mee eens.) Rohingya is inderdaad, zie de bovenstaande doorklik, een nieuwe naam die pas eind 20ste eeuw gehanteerd werd voor een deel van de moslimbevolking van Rakhine/Arakan. Wie deze naam heeft aangedragen, en hoe ze ingeburgerd is geraakt, is voorlopig niet bekend, afgescheiden van de rest van de bevolking als deze groepring leefde.

In november 2017 werd U Parmaukkha, ontdaan van de monnikskleding, voor het eerst voorgeleid. Op 21 februari 2018 werd hij veroordeeld tot 3 maanden gevangenschap, waarvan hij het merendeel in die tussentijd al had uitgezeten.
Tijdens de demonstratie was hij vergezeld van twee andere monniken, Thu Seikta en Ñana-dhàmma. Ook zij moesten voorkomen, maar werden niet veroordeeld.

Een week na de april 2016-demonstratie werd door zo'n 300 anderen opnieuw geprotesteerd buiten de VS-ambassade, op 28 april. Vier personen werden in oktober van dat jaar opgepakt. Op 13 mei 2017, dus in de maand waarin de boeddhistische gemeenschap de meest belangrijke feestdag van het jaar viert, werden ze voor het eerst voorgeleid. In oktober 2017 kregen ze gevangenisstraf opgelegd. Voor hoe lang is nergens te vinden.

Hoe hondsbrutaal de "monniken" rond de zonder leraar naar de wereld gekomen Wirathú zijn, demonstreerde Lawi Weng op 26 februari 2018 in zijn artikel over de voorgenomen persconferentie die gegeven zou worden door de gematigde monnik ashin Issári-ja. Wirathú's medestanders, met wie was afgesproken dat er vijf de zaal binnenmochten, drongen in grotere getale naar binnen en begonnen zich te misdragen waarop de personferentie werd afgelast. Ashin Issári-ja, een Karen van origine, keerde daarop terug naar zijn tempel in Yangon en hield een "geheime" persconferentie waarin hij aandrong op verdere maatregelen tegen Wirathú en zijn groepering die ondanks (te lichte) maatregelen doorgaan met stoken en zelfs dreigementen uiten aan het adres van tegenstanders ("je hebt je laatste maaltijd gegeten").
Desgevraagd liet de "Union Religions Minister Thura U Aung Ko" weten dat wanneer de opperste monniksraad de zaak niet ter hand zou nemen, de federale overheid zou ingrijpen. Hij zou in de uren na deze uitspraak op zijn woorden terugkomen. Omdat er door verschillende "stakeholders" zo verschillend over het onderwerp gedacht wordt, zo zei hij, kon/kan de overheid niet veel doen. Daarmee wierp hij de bal weer in het kamp van de landelijke seniores, die in het verleden wel lijdzaam hebben toegezien hoe een groot deel van de monnikengemeenschap in de gevangenis werd geworpen (van wie velen overleden), maar die in het onderhavige conflict noch zwijgt, noch spreekt.

Door buitenstaanders (ter linkerzijde) wordt het Myanmar van vandaag 'nationalistisch' genoemd vanwege de etnische conflicten in de Rakhine/Arakan-staat waar de meerderheid van de moslimbevolking op het moment van schrijven, februari 2018, nog steeds in Bangladesh verblijft. Mocht 'nationalistisch' begrepen moeten worden als islamofobisch — zoals in Arakan het geval is — dan is dit een interpretatie die niet, zoals dat wordt gedaan, gelijkgesteld kan worden aan ultra-rechts, "brunissant", naar bruin kleurend, zoals een journalist uit de linkse hoek dat op 26 februari noemde. En voor zover Arakan separatistisch is, is ook 'separatistisch' niet identiek gelijk aan 'nationalistisch', of 'brunissant'.

Juni 2018, de geldstromen

Een dag voordat de Europese Unie sancties oplegde aan een zevental militairen die verantwoordelijk worden geacht voor de stroom grensoverschrijders tussen Myanmar en Bangladesh, toonde een van de internationale tv-zenders beelden van Rohingya/Bengali die, daarheen getrokken, niet langer in Thailand mochten blijven. De thaise media hadden er niets over. De tv-beelden kwamen op 24 juni; de EU-interventie werd op 25 juni bekend gemaakt, tegelijk met een verslag over een VN-vergadering waarin Myanmar opnieuw werd toegesproken.
Een artikel waarin rapporteur Yanghee Lee aan het woord werd gelaten werd geïllustreerd met een foto van schoolkinderen in het Shamplapur-kamp in Bangladesh.
Op 27 juni volgde het bericht dat Rohingya/Bengali voetballers in Maleisië een status hadden aangevraagd. Dertig tot veertigduizend inwijkelingen in Maleisië zijn (nog) niet geregistreerd. Maleisië heeft inmiddels 50 Rohingya voetbal-clubs/-teams (met wel geregistreerden), zo werd gemeld.
De Daily Sabah meldde op 20 juni dat hulporganisaties, die het aantal hulpvragenden in 6 maanden bijna hebben zien verdubbelen, de hulp-behoeften bijna niet meer aan kunnen, op de 28ste werd bekend dat het Rode Kruis meer voedselpaketten naar de Rakhine-staat zou gaan sturen. Op 31 mei al kende de Europese Commissie een bedrag van €40 miljoen toe, bovenop de €51 miljoen die in 2017 werd toegekend. Sinds 2010, zo meldde het bericht, is er in totaal een kleine €81 miljoen naar de kwetsbare groepen in de Rakhine-staat gegaan.
Negenentwintig juni 2018 werd bekend dat de Wereldbank een lening aan Bangladesh heeft toegekend van een half miljard dat besteed gaat worden aan gezondheidszorg, onderwijs, water en sanitair, rampenbestrijding (denk aan overstromingen) en "sociale bescherming" in de kampen waar Rohingya/Bengali verblijven.
In 2016 tekenden beide partijen een overeenkomst voor een lening van $130 miljoen. In 2017 was er sprake van nog eens $245 miljoen. De externe schulden van Bangladesh bedroeg in 2017 25,96 miljoen. Het bruto nationaal product (bnp/gdp) van het land vertoont in 2017/18 een hele lichte stijging ten opzichte van 2015 van 6.55 naar 7.3 in 2017/18.

Rapport oorlogsverwondingen

Het rapport dat Physicians for Human Rights (PHR) voor medio juli had aangekondigd, en dat details bevat over de aard en omvang van verwondingen aan uit de Rakhine-staat van Myanmar weggetrokken burgers, werd op 11 juli 2018 samengevat in een tv-interview dat uitgezonden werd door CNN. Persbureau Reuters deed er al enkele dagen daarvoor verslag van. Het rapport beperkt zich tot onderzoek aan de burgerij die uit het dorp Chut Pyin wegtrok. Vijfentwintig burgers werden medisch onderzocht, en tweeëntwintig onder hen hadden wonden die toegeschreven werden aan fysiek geweld. Onder de 22 waren 2 vrouwen die sexueel geweld hadden ondergaan. Een aantal observators waren van mening dat in het dorp Chut Pyin de "33rd Light Infantry Division" van het leger van Myanmar aan de gang was geweest, zo berichtte Reuters.

Niettegenstaande dat werd er een normalisering van de situatie waargenomen. "Meer dan 40 mensen", zo meldde de Irra-wàddy van 20 juli 2018, "voor het merendeel Rohingya moslims" (die niet naar Bangladesh waren uitgeweken) hebben zich gemeld voor een universiteits-cursus "op afstand" (distant learning). Het initiatief kwam van de Rakhine/Arakan-overheid die onder leiding van de Eerste Minister U Nyi Pu een afdeling wil oprichten van de "University of Distance Education". Zo kunnen over verschillende dorpen verspreidde studenten aan het onderwijs deelnemen zonder daarvoor op stap te hoeven gaan.
Terwijl het hoofd van de internationale commissie die het Rakhine-vraagstuk moet oplossen op 23 juli 2018 bleek te zijn opgestapt, een Thai, werd door Myanmar en Thailand een plan besproken waarbij het thaise Institute of Business Economics Research and Development (IBERD) Foundation een grootschalig investeringsproject, een pilot project, in de Rakhine-staat over de daaropvolgende acht maanden zou opstarten.

De voorlaatste dag van juli 2018 liet Calcutta News weten dat Bangladesh van plan was de Rohingya/Bengali die in de verschillende vluchtelingenkampen zitten, te verhuizen naar het tot nu toe onbewoonde eiland Bhasan Char in de Baai van Bengalen. Woordervoerders van de migranten/vluchtelingen lieten weten dat daar wat hen betrof niets van in huis zou komen. Deskundigen die zich met natuur en klimaat bezighouden lieten weten dat het eiland bij vloed onder water komt te staan. We moeten er van uitgaan dat dit een van die onbekookte plannen is die een zachte dood zullen sterven.

Op 13 juli 2018 werd gemeld dat het staande leger van het land een drietal opstandelingenlegers had uitgenodigd tot een staakt-het-vuren. Daaronder bevond zich het in 2009 opgerichte "Arakan Army". Voordat er een "bilaterale overeenkomst" zou worden getekend, zo meldde een van de kranten, moesten de legers/legertjes wel eerst de wapens neerleggen (en inleveren). Dat leek tijdens de op dat moment gehouden Panglong-conferentie een teer punt te zijn. En ze hebben ook allemaal generaals en brigadiers, die krijgers.

In 2017 vluchtten duizenden leden van de etnische Mro over de grens om te ontkomen aan de aanslagen van het ARSA, het terroristenlegertje dat op zich had genomen om de zaak van de Rohingya/Bengali te gaan behartigen.
In juli 2018 werd het bericht van januari 2018 herhaald dat zeker ten behoeve van de Mro (animisten, boeddhisten en christenen) zo'n 30 dorpen weer gerehabiliteerd zouden worden. De Mro is een van die etnische groepen die onder het achterliggende conflict zeer te lijden hebben gehad, maar omdat hier geen woordvoerders aanwezig lijken te zijn die de kant van de Mro kunnen belichten is de "internationale gemeenschap" er nooit anders van uitgegaan dan dat alleen de Rohingya/Bengali klappen te verduren kregen; anderen waren er niet. Aung San Suu Kyi had die "internationale gemeenschap" er al op gewezen dat er ook andere etnieën waren, die ook te lijden kregen, en niet alleen van het staande leger.




Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme