White Jade River      
december 2021      






Japan, althans het zen, viert op 8 december per traditie het Ontwaken van Sakyamuni (Gáutama, Gótama) Boeddha. Andere landen en (sub-)stromingen doen dat op andere dagen van het jaar.


■ Begin november werd hier de pagina over het Obaku-zen aangevuld met iets over de tweede grote obaku-tempel in Japan.
Op 4 november viel een bericht open dat Kyodo News online had gezet, overgenomen door onderandere de South China Morning Post (SCMP) uit Hongkong over hetzelfde onderwerp, het obaku dat Yǐnyuán Lòngqí (Spr.: jien-jwèn long-dzjie; Jp.: Ingen Ryūki) als stichter heeft gehad.
In het krantenbericht lazen we dat "Japan overweegt" om een beeld van genoemde Yǐnyuán Lòngqí (1592-1673) voor korte tijd uit te lenen aan China. Dat zou dan volgend jaar gebeuren, en dan in het teken staan van 50 jaar diplomatieke betrekkingen tussen beide landen.
Het iets meer dan 1,5 meter hoge beeld staat in de Manpuku-[d]ji in de prefectuur van Kyoto. Het werd, zegt het bericht, in 1663 gemaakt, "met gebruikmaking van zijn haar en baard" (haar dat sindsdien dan niet vergaan zou zijn!).
Yǐnyuán fashih heeft zich, zo wordt er aan herinnerd, bezig gehouden met architectuur (de bouw van zijn tempel), kunst (de decoratie van zijn tempel), muziek (de traditionele tempel-"muziek"), literatuur (het drukken van de recitatieteksten), groene thee (meegebracht uit China), kookkunst (de gerechten uit zijn geboortestreek), en (kruiden-)geneesmiddelen. Het tussen-haakjes is toegevoegd om een gering tegenwicht te bieden aan al te hoge verwachtingen van wat de monnik allemaal kon en deed. Dat zal niet mis zijn geweest, maar 't moet nu ook weer niet overdreven worden.



Vorig jaar en dit jaar zijn een aantal beelden uit japanse tempels gerestaureerd en ook geopend omdat men verwachtte dat er iets in de holtes opgeborgen zou zijn. Er werd toen ook hier gezegd dat dit eigenlijk 'not done' is, maar niettegenstaande dat, of juist omdat, je weet het niet, wordt nu kennelijk ieder beeld dat bij de restaurateur aankomt geopend. En inderdaad valt er informatie te halen uit de papiertjes die dan tevoorschijn komen: over de maker, over het jaar van tot stand komen, over de opdrachgever, over de reden waarom het gemaakt is, enzovoorts.

De krant de Asahi had rond 8 november het bericht over een beeld van Kannon uit de Otokuni-dera in Kyoto die vandaag nog het meest bekend is vanwege de variëteit aan pioenrozen die daar gekweekt worden. Liefhebbers van het reiki zouden hier een soort thuishaven zien.
verder



Een artikel over de Choraku-[d]ji in Kyoto, gesticht door Saicho (767 - 822) had een aantal fotos waaronder deze van een vervallen muurtje waar nog net twee of drie bas-reliefjes te zien zijn. Een ervan is nog niet helemaal door zure regen e.d. afgesleten en toont een boeddha. Die rechts daarvan overigens ook, ook al zien we eigenlijk alleen nog maar de lichtkrans om zijn hoofd.
Zoals deze maand in een ander verhaal gesproken wordt over de schrijfster van "de Genji", een boek dat ze schreef in de Kofuku-[d]ji, nadat ze daar haar intrek had genomen, en (dus) een vom van non-schap in het tendai te hebben opgenomen, is van een andere dame in die tendai-traditie veel meer vast komen te staan.
In 1185 trok Taira no Tokuko (1155 - 1214), de weduwe van de keizer, zich hier terug in een gebouw(tje) dat vanaf die datum de Kenreimon-in werd genoemd; een "in" is een subtempel. Genoemde weduwe bleef daar niet en eindigde haar leven in de Jakko-in in de stad Ohārā.

"Ohārā-moribana" (of Ohārā-ryū) is de naam geworden van een bloemschik-stijl (ikebana), een stijl die vrij losjes wordt genoemd, althans ten opzichte van andere stijlen van schikken. Daar heeft bovengenoemde dame zich nog niet mee beziggehouden. Het was pas laat 19de, begin 20ste eeuw dat een zekere sensei (leraar) Ohārā Unshin deze stijl van "opgehoopte bloemen" ontwikkelde.
Khoon Choy Lee schrijft in "Japan, between myth and reality" hoe deze hobby van bloemschikken vanuit China in 607 in Japan werd geïntroduceerd door Ono No Imoko, de toenmalige ambassadeur naar China. De eerste bloemschikkers, en zeker Ikenobo Senkei, de 15de eeuwse bedenker van een stijl die zijn naam zou krijgen, ikenobo, behoorden tot de Reine Land-traditie. Na verloop van eeuwen raakte die band met het boeddhisme losgezongen. De bloemschikmeesters die met name nu werken in navolging van de Ohārā-stijl lijken verre te blijven van de oorsprong waarbij zo'n schikking vooral op de offerandetafel in een tempel werd gezet, als eeretoon aan Boeddha. Maar anderzijds is de belangrijkste ikenobo-school nog steeds gevestigd op het terrein van een grote Reine Land-tempel, de Choho-[d]ji in Kyoto.

Japan

Even onthouden:
Wanneer de japanse mens over zijn land spreekt dan zegt z/hij "Nihon". "Japan" is een westerse verbastering.


december 2021:
Ryan Norrbom verschafte de komende Japan-reiziger een goede handleiding voor het bezoek aan boeddhistische tempels en shintō-schrijnen. Hij schreef dit in het kader van het verzamelen van stempels, een nieuwe hobby, zo te zien, en een aardige aanleiding, schrijft hij, om ook eens een bezoek te brengen aan tempels en schrijnen die anders maar voorbijgereden worden.

Terug naar de voorpagina

naar White Jade River-blog

Words in picture-blog

twitter



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.