Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






Beow-Lean, bouwer-abt over de grootste tempel te Penang



Begin december 2025 kwam er wat informatie beschikbaar over de bouwer-abt van de Kek Lok Si, een mahāyāna-tempel in de Chinese lijn, in theorie en praktijk een jingtu-vestiging. De eerw. Beow Lean (spr. ongev.: boow ljèn) was zo discreet over zijn leven en monnikscarriëre dat zelfs de monniken die onder hem de pij opnamen geen informatie konden geven waar ondergetekende een web-pagina aan zou kunnen wijden. Autoriteiten werden ook, en zeker, daar niet bevraagd.
Sinds die begin 90-er jaren is er wat dat betreft een kleinigheid veranderd. We weten nu dat hij abt was over de Yong-guan-tempel in Fuzhou, oude spelling Foochow, nog steeds gehanteerd door de Kek Lok Si internetsite-producer. Met het oogmerk van geld inzamelen voor zijn tempel reisde de monnik naar Taiwan en Zuidoost-Azië en kwam zo in de late jaren-1800 terecht in het relatief rijke Maleisië, meer precies in het Penang, hoogburcht van het boeddhisme. Dat was in het jaar 1885.

Op verzoek van Penangites nam hij zijn intrek in de oudste tempel op het eiland, de, zoals Avalokiteshvara/Quanyin genoemd wordt — koppig als de bevolking daar is — "Goddess of Mercy Temple" in George Town.

De eerw. Beow Lean besloot te blijven, vooral nadat hij in het district Ayer Itam een "heuvelachtige site" had ontdekt die perfect geschikt zou zijn voor de bouw van een nieuwe tempel. Zo was de monnik die net zo goed architect had kunnen worden in staat om met donaties van medestanders een gebouw neer te zetten als min of meer kopie van de Yongguan waar hij ooit de hogere wijding kreeg en waar hij abt was geworden.

Na de bouw van de Kek Lok Si bleef hij daar nog enige tijd voordat hij zich terugtrok naar zijn oorspronkelijke verblijfplaats in Fuzhou. (spr.: kee lok si; kek lok = Chin.: Sukhāvatī, het Reine of Zuivere Land; si = tempel)
Dr. Wu Lien-the, auteur van The Plague Fighter heeft niet kunnen achterhalen wanneer dat was, maar de tempel-site meldt het jaar 1906. In dat jaar kwam de laatste keizer van China op de troon, alhoewel niet aan de macht.
De heer Wu vertelt ons dat de vader van Puyi, Zaifeng, een Manchu, Beow-Lean's fundraising-tocht goedkeurde en hem uiteindelijk naar Maleisië liet gaan met "een keizerlijke schenking van 7,000 volumes boeddhistische soetras en geschriften." We moeten er van uitgaan dat dit de boekjes zijn met de ochtend- en namiddag-recitaties en die voor speciale gelegenheden. Ze kunnen in herdruk gekocht worden, maar, zoals dat ook in kerken voorkomt, ze kunnen ook bij aanvang van een dienst worden opgenomen en daarna weer worden teruggelegd. (afbeelding)

In het Maleisië waar de tinmijnen door Chinezen werden gedolven en geëxploiteerd waren er al Jingtu-recitatieteksten voorhanden, maar Beow-Lean's import heeft daar een extra impuls aan gegeven. Die tekstboekjes beginnen overigens met een eerbetoon aan het Huayen (hwa-jèn) met zijn nadruk op de historische Boeddha. Ze hebben verder woorden over een aantal bodhisattvas die in het Jingtu geen, of geen bijzondere plaats hebben — het "Chinese" boeddhisme werpt het net zo wijd mogelijk uit.

Wat we in de afgelopen jaren hebben meegemaakt is dat het grote standbeeld van Quanyin, in de 90-er jaren buiten de tempel neergezet, door de landelijke overheid te hoog werd bevonden; het mocht niet hoger zijn dan de grootste moskee in het land. Als gevolg is het onderstuk van het beeld ingekort, en vanuit deze kant van het scherm is er dan ook een grap gemaakt over Quanyin-met-de-korte-benen. Het beeld is in de jaren daarna in vorm en volume aangepast.

Alles wat we verder over Beow-Lean's terugkeer naar China kunnen zeggen is dat Fuzhou, afgaand op beeldmateriaal, nog aantrekkelijker is dan Penang, en dat het een achterland heeft waar meer tempelbezoekers vandaan komen dan op het eiland langs het noorden van Maleisië. Het kan zijn dat de monnik heimwee had. Het kan zijn dat hij aan het eind van zijn leven in de nabijheid van familieleden wilde zijn. Het kan zijn dat hij zijn hoop had gesteld op Puyi, en het kan zijn dat hij niet op de hoogte was van de hongersnood die het China van die jaren trof. In ieder geval is abt-schap een zwaar beroep met grote verantwoordelijkheden en sociale verplichtingen die kunnen gaan drukken op ouder wordende leidinggevenden.




Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme