De heer Wu vertelt ons dat de vader van Puyi, Zaifeng, een Manchu, Beow-Lean's fundraising-tocht goedkeurde en hem uiteindelijk naar Maleisië liet gaan met "een keizerlijke schenking van 7,000 volumes boeddhistische soetras en geschriften." We moeten er van uitgaan dat dit de boekjes zijn met de ochtend- en namiddag-recitaties en die voor speciale gelegenheden. Ze kunnen in herdruk gekocht worden, maar, zoals dat ook in kerken voorkomt, ze kunnen ook bij aanvang van een dienst worden opgenomen en daarna weer worden teruggelegd. (afbeelding)
In het Maleisië waar de tinmijnen door Chinezen werden gedolven en geëxploiteerd waren er al Jingtu-recitatieteksten voorhanden, maar Beow-Lean's import heeft daar een extra impuls aan gegeven. Die tekstboekjes beginnen overigens met een eerbetoon aan het
Huayen (hwa-jèn) met zijn nadruk op de historische Boeddha. Ze hebben verder woorden over een aantal
bodhisattvas die in het Jingtu geen, of geen bijzondere plaats hebben — het "Chinese" boeddhisme werpt het net zo wijd mogelijk uit.
Wat we in de afgelopen jaren hebben meegemaakt is dat het grote standbeeld van Quanyin, in de 90-er jaren buiten de tempel neergezet, door de landelijke overheid te hoog werd bevonden; het mocht niet hoger zijn dan de grootste moskee in het land. Als gevolg is het onderstuk van het beeld ingekort, en vanuit deze kant van het scherm is er dan ook een grap gemaakt over Quanyin-met-de-korte-benen. Het beeld is in de jaren daarna in vorm en volume aangepast.
Alles wat we verder over Beow-Lean's terugkeer naar China kunnen zeggen is dat Fuzhou, afgaand op beeldmateriaal, nog aantrekkelijker is dan Penang, en dat het een achterland heeft waar meer tempelbezoekers vandaan komen dan op het eiland langs het noorden van Maleisië. Het kan zijn dat de monnik heimwee had. Het kan zijn dat hij aan het eind van zijn leven in de nabijheid van familieleden wilde zijn. Het kan zijn dat hij zijn hoop had gesteld op Puyi, en het kan zijn dat hij niet op de hoogte was van de hongersnood die het China van die jaren trof. In ieder geval is abt-schap een zwaar beroep met grote verantwoordelijkheden en sociale verplichtingen die kunnen gaan drukken op ouder wordende leidinggevenden.