DE SCHOOT WAARUIT DE BOEDDHAS VOORTKOMEN

De Tathāgatagarbha-soetra

Over de inherente Boeddhanatuur



Het woord Tathāgata-garbha als geheel komt in het klassieke Sanskriet niet voor. We vinden het alleen in de woordenboeken van het mahāyāna-boeddhisme, en daarom noemen we het 'hybride", samen met een aantal andere woorden die samenstellingen zijn van het klassieke Sanskriet en streektalen.
Binnen het mahāyāna-boeddhisme wordt Tathāgata-garbha vertaald met "Schoot waaruit de Boeddhas voortkomen", of in het Engels "Womb of the Tathāgata".
Tathāgata, Zo-Gekomene, of Zo-Gegane, is een ander woord voor Boeddha.


Tathāgatagarbha is een samenstelling van een drietal Hybrid-Sanskriet-woorden.

Het woord valt uiteen in
Tathā,
āgata, en
garbha.
Tathā betekent "zo";
āgata betekent "gekomen" of "gegaan";
garbha betekent "matrix", "schoot", "container", of "ontstaansgrond".

Boeddhanatuur. Voor dit woord is geen Sanskriet-equivalent voorhanden. Het dichtste bij komt nog het woord Buddhàttva: Boeddhaschap.

De Úttara-tantra, vers 4, (en op andere plaatsen) geeft in een samenstel van woorden ārtha; ārtha is "kern", of "essentie", of "hoogste betekenis".

Het Chinees kent het begrip chen t'i hsing: de ware, essentiële aard.
Het was de monnik Tao-Sheng, die overleed in het jaar 434 en leerling was geweest van Tao-An (Dao-an), die op zijn beurt leerling was van de Zijderoutemonnik Fo t'u-teng (Boeddha's dutánga of ascetische praktijk) die het eerst het begrip Boeddhanatuur in China introduceerde, hetgeen er aanvankelijk toe leidde dat hij voor een ruim aantal jaren uit de Communiteit (sangha) werd gestoten.


ENKELE FRAGMENTEN EN (EEN DEEL VAN) DE GESCHIEDENIS


".... Ik zie dat, verborgen binnenin de bezoedelingen (klesas) van hebzucht, verlangen, boosheid en onwetendheid de soevereine en onbewogen wijsheid van de Tathāgata zetelt, de Tathāgata's ver-ziendheid, en de Tathāgata's lichaam.
Goede zonen, alle wezens, hoewel ze allerhande bezoedelingen in zich bergen, hebben een Tathāgata-garbha die voor eeuwig onbezoedeld is, en die vervuld is van goede kwaliteiten die niet verschillend zijn van de mijne."
(Dit is een van de eerste metaforen uit de soetra)
De overige metaforen uit deze Tathāgata-garbha-soetra zeggen hetzelfde, met telkens weer andere voorbeelden ter illustratie. Omdat het Geschrift verder niets zegt over het al dan niet ultiem zijn - inmiddels toch de belangrijkste vragen rond de Tathāgata-garbha-leer - is hier plaats voor een paar citaten over het ontstaan van dit belangrijke concept. Daarbij wordt een lemma gevolgd in de Routledge Encyclopedia of Philosophy, geschreven door Dan Lusthaus(1).

In 418, zegt Lusthaus, keerde de Chinese monnik Faxian (fasjèn) naar huis terug met een vertaald fragment van de Mahāyāna Pari-nirvāna Sūtra. Een van de onderwerpen in dit fragment gaat over de icchàntika (spreek: ietsjàntika), de gewone mens die als gevolg van zwaarwegend karma nooit of te nimmer verlichting of boeddhaschap zal behalen.
De monnik Daosheng echter (ca 360 - 434), die een discipel was van de eerste monnik die de titel Reine Land-meester verdient, Huiyüan (spreek: hwei-jwèn) was ervan overtuigd dat alle wezens, inclusief de icchàntika, de Boeddhanatuur bezaten, en dus in staat waren om mettertijd verlichting te behalen.
Daosheng kreeg in eerste instantie geen medestanders en moest de toenmalige hoofdstad verlaten.
Daarop bracht de immigrant-monnik Dharma-ksema in 421 een nieuwe vertaling naar de hoofdstad, en in die Dharmaksema-versie stonden passages waarin te lezen was dat de Boeddhanatuur universeel is, en dat zelfs de icchàntika deze Boeddhanatuur bezitten.
Sindsdien werd deze les steeds weer herhaald, en werd Daosheng gerehabiliteerd.
Tot zover Lusthaus.

Het moet dus in de tijd van de Mahāyāna Pari-nirvāna Sūtra zijn geweest dat het begrip boeddhanatuur opdook als een goed alternatief voor een Sanskriet-woord dat in die soetra zelf als "essentiële aard" wordt gegeven.



(1) Dan Lusthaus; Buddhist Philosophy (Chinese), London 1998

overige bronnen:

- Tathāgatagarbha Sūtra
- The Enlightenment of Vairócana, studies of the Vairócanābhisambodhi-tantra and Mahāvairócana Sūtra; Delhi 1992
- Heng-Ching Shih; The significance of "Tathagatagarbha" - a positive expression of Sunyatā
- Les Sectes Bouddhiques du Pt. Véhicule; A. Bareau, Paris 1955
- Youro Wang: De-Substantializing Buddha-nature in the Tathagatagarbha Tradition, Rowan Univ. USA
- Evgueni A. Tortchinov; The Buddhist Doctrine of "self"





White Jade River, Instituut voor Boeddhisme, KvK registratienummer 20138036, de stichting achter deze en andere internetpagina die verschijnen onder www.buddha-dharma.nl

Emailadres: whitejaderiver@gmail.com / contactwjr@yahoo.nl