White Jade River      
augustus 2020      






Een nieuw midden vinden na de, zeg maar, racisme-crisis, gaat niet gemakkelijk worden.
Op zondag 12 juli hoorden we in een tv-uitzending het verhaal van iemand die in Burkina Faso was geweest, tientallen jaren geleden. In de hut van een gezinshoofd brandde in een nis een eeuwigdurend vuurtje. Dat gaat pas uit als de oude man overleden is, vertelde de bezoeker.
Is dat bijgeloof? vroeg zijn gesprekspartner.
Ja, was het antwoord.
Zoiets wordt nu nooit gevraagd/geantwoord wanneer een bezoeker kijkt naar het portretje op de schoorsteenmantel van een overledene met een eeuwigdurend lampje er naast.
Wanneer we in feite het hele tv-momentje van 2013 zouden kunnen herbeleven, dan zien we van hoever Nederland is gekomen. Bij ieder shot dat de Burkina Faso-reiziger zijn publiek toonde horen we hoe er gelachen wordt, bewust lief, maar hartelijk gelachen: o o o, die mensjes toch. Bij het tonen van de huizen stijgt gelach op, bij het tonen van de pot op het vuur stijgt gelach op, bij het tonen van bijna naakte kinderen stijgt gelach op, bij de mededeling dat de dorpsoudste 21 vrouwen had — alle meisjes eens bestegen — stijgt gelach op, en bij het eeuwig durende vuurtje stijgt gelacht op(1). Alles was o zo grappig, deze mensen hadden nog veel in te halen, ze waren er nog lang niet, in de ogen van de kijkers naar het filmpje.
Wie dat vandaag nog zou doen zou de hele wegmetzwartepietnatie over zich heen krijgen.

(1) We hebben vorige maand gezien hoe in de tijd van Rabelais het studeren (estudier) was opgeschoven van een middeleeuws wijsheid vergaren naar een renaissancistische wens om met nieuwe kennis dominatie over anderen te verkrijgen (estudier et proffiter). Paste de europese mens die nieuwe norm aanvankelijk toe op de medemens op het eigen werelddeel, met het "ontdekken" van andere werelddelen werd ook daar het dominantie-principe als vanzelfsprekend toegepast, en wie domineert, kijkt neer, ook al heeft ook Bretagne zijn Bécassine en Nederland zijn delftsblauwe boertje en boerinnetje, de Provence zijn Santons, etc.

Nu hangt de weegschaal weer scheef naar de andere kant. Mensen van langs de andere kant van de wereld zijn collectief slachtoffer van discriminatie en Nederland gaat er, naar goed calvinistisch gebruik, onder gebukt.
Een dag voor de uitzending over Burkina Faso was er een rechtstreekse radio-tv-uitzending op een franse e-zender. Een van vier personen die via hun skype-verbinding vanuit het kantoortje, vanaf de keukentafel of vanuit het salon het nieuws doornamen sprong ineens op, rende weg en begon te schreeuwen: hee, hee, non, non, .... etc.
Even later zat ze weer achter de microfoon en camera. Wat was dat nou, vroegen de andere insprekers verbaasd.
Ik werd beroofd waar ik bij was, was het antwoord. "Een boom van een kerel" had eerst een tijd lang staan aanbellen en had daarna met veel geweld de voordeur opengebroken. Binnen een paar seconden, zo vertelde de vrouw, had hij mijn computer en handtas buit gemaakt, en was meteen weer verdwenen. (Ze had inmiddels de politie gebeld.)
Zo politiek correct was de dame die voor een progressieve partij in de gemeenteraad zat, dat ze niet durfde te zeggen dat ze te maken had gehad met iemand uit een Malinees of Senegalees geslacht. Bij de video die rechtstreeks werd uitgezonden verschenen dan ook meteen cynische commentaren waarin werd gesteld dat het "natuurlijk weer zo'n Zweed" was geweest.

In een bericht van 3 juli 2020 in Lankaweb somde Saroj Jayasinghe (Consultant Physician and Professor in University of Colombo) de namen op van britse kolonialen die op het eiland Sri Lanka (toen Ceylon) meer dan één straat of plein naar hen vernoemd kregen. Djaaja-singhe's oordeel over deze vijf is niet mild, maar wanneer we online gaan kijken dan zien we, met uitzondering van Manning, toch alleen maar loftuitingen over de eerste twee: Thomas Maitland (1805-1811) en Robert Brownrigg (1811-1820), dan vinden we over George Torrington (1847-1850) en Edward Barnes (1824-1831) niet meer dan dat ze koloniaal bestuurder waren, en komen we alleen, zoals gezegd, over William Manning (1918-1925) een negatief bericht tegen. Met Manning zou de kloof tussen Tamils en Sinhalezen op het eiland begonnen zijn, en zijn verdiept onder zijn bezielende leiding.
Sarodzj Djaaja-singhe suggereert dat, binnen het kader van het nu mondiaal geworden anti-racismedebat, die straatnamen nog eens tegen het licht gehouden zouden moeten worden. En wanneer dat gedaan zou worden door kinderen van het eiland, dan zullen zij ons ongetwijfeld informatie verschaffen die anders of vollediger is dan die door een enkele nederlandse academicus en britse nazaten en bewonderaars aan het Net zijn toevertrouwd.


We werden beschouwd als horend bij de flora en fauna, was de meest opmerkelijke uitspraak van de Australiër Stan Grant, in 2016, niet in 2020.
■ Racisme-debat

Terug naar pagina 20

Terug naar de voorpagina

naar het White Jade River-blog

Words in picture-blog



Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.

Stichting onder nummer 20138036.