Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






RONDOM DE DHARMA

Alledaags boeddhisme



Boeddha bestreed noch prees het kastesysteem


Dat het begrip kaste niet in de vedas zou voorkomen, zoals de modernere opvatting is, is deels onjuist. De Rgveda en de Atharvaveda spreken over de varna, letterlijk huidskleur, en hoe de mens naar levensonderhoud is ingedeeld volgens de schakeringen van die varna. Er is een ander pré-hinduďstisch geschrift, de Manusmriti, dat werd geschreven door een vriend van Boeddha's overgrootvader. Daarin wordt die indeling een indeling naar hoog en laag. En van dan af wordt het woord (d)jati gebruikt, geboorte, of geboren worden, of geboren zijn. Van dan af ligt dat "lot" vast, en is het de hogere jati niet toegestaan omgang te hebben met de lagere, en omgekeerd, anders dan in strikt zakelijke zin.

Boeddha is niet ten strijde getrokken tegen het kastestelsel, zoals maar al te graag aangenomen wordt. Dat zou hem in onmin hebben doen leven met heel India, en het zou daarmee de bijl aan de wortels van zijn praktijk/filosofie zijn geweest.
Doorheen een aantal teksten in de Pali-canon komen we passages tegen waarin Boeddha kaste-onderscheid vaststelt als een gegeven dat er nu eenmaal is. De vroege Sutta Nipāta (II,315) maakt er zelfs expliciet melding van. In die leerrede prijst Boeddha de brahmin (=pré-hindu) priesters van weleer in een "vroeger was alles beter". Hij heeft het in dat stuk over de familiegroep, respectievelijk stam (gotta) waar hij zelf uit voortkwam, en waarvan Okkāka de stichter is geweest. De naam Okkāka komen we ook tegen in het verslag over Boeddha's voortgaan. Hij spreekt dus uit ervaring, en heeft het over het verleden waarin "de krijgers (khattiya), de brahmin en anderen die hun familiegroep, clan, beschermden (gotta-rakkhitā), die vervolgens hun afkomst (jātivādam) aan hun laars lapten, en onder de invloed kwamen van lustgevoelens (kāmānam)."
We mogen een uitspraak als deze plaatsen binnen het kader van een ook in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw nog steeds levend klassebesef. Tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw waren uitdrukkingen gangbaar als "beneden je stand trouwen", of "twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen". Er is daarbij in Nederland geen sprake van kaste, maar wel van "stand".
Wanneer Boeddha dan kort na zijn Ontwaken monialen van allerlei rang en stand rond zich heen verzamelt, wijst hij daarmee het in de burgermaatschappij levende kaste-denken niet af, maar stelt er als het ware een nieuwe gotta, familiegroep, clan, naast. Die nieuwe gotta bestond in die eerste jaren uitsluitend uit monialen. Burgers die toevlucht tot de Boeddha, zijn leer, en zijn gemeenschap namen moesten zelf beslissen of ze zich kastegedenomineerd voelden of niet. Hij was uiterst pragmatisch. Zijn volgelingen leiden naar een ophouden van alle leed had top-prioriteit, dat daaruit aktief mededogen naar de wezens geboorte vond was een vanzelfsprekende zaak. Maar dat nam niet weg dat persoonlijke cultivering voorop stond, en het beschermen, bemoedigen, en aansporen van de burgerij was daar een afgeleide van.
Er is een leerrede bewaard gebleven waarin wordt gesproken over een handelaar van hoge kaste die zijn knecht uit de laagste strata van de maatschappij tot bewindvoerder over zijn bedrijf benoemde. Boeddha spreekt er waarderend over, maar we lezen niet dat de knecht mét zijn nieuwe maatschappelijke status ook een andere jati, kaste, binnenging.

Vanuit de kant van de Ambedkar-aanhangers is een publicatie verschenen onder de titel Annihilation of caste. Hoewel de titel in de engelse taal is, is de rest van de beschouwing in het nederlands.

De geschiedenis van Sri Lanka kan niet gezien worden apart van die van India, inclusief het denken over kaste. Daarover staat elders een korte bijdrage.


Terug naar pagina 1

Naar pagina 3: boeddhisme en zelfdoding; vergeving

Naar de archiefpagina | Naar de soetraspagina


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme