DE BLOEMENKRANS SOETRA

Avatàmsaka Soetra


DEEL TWEE

Boek Zevenendertig


Manifestatie van Boeddha
Bijlage 4


"De praktijk van Bodhisattvas is de aard van Boeddha,
de aard van Boeddha is de praktijk van Bodhisattvas."




".... voor Bodhisattvas in hun laatste fysieke lichaam daalt er een grote Dharmaregen neer die 'de Bodhisattva's gemakkelijk binnengaan van Boeddha's esoterische Leer' heet."

In boek 37 beginnen, meer dan in voorgaande boeken de werelden van het meditatieve leven, of ervaren, en het fysieke bestaan dooreen te lopen.




Dit gedeelte van het zevenendertigste boek gaat over de Boeddhageest. Er wordt gezegd:
".... het water van de oceaan aan Boeddhakennis vloeit de wezens' bewustzijn binnen; maar als gevolg van de verschillende patronen in het mentale van de wezens, is de kennis die ze verwerven niet in allen hetzelfde."

Even verderop wordt nog eens gezegd:
"Er is niet één wezen dat niet de Boeddhakennis heeft; maar alleen maar vanwege op-zijn-kop noties, vanwege verward denken, en vanwege hechten, zijn ze niet in staat het te realiseren."

Van Shinran Shonin, de stichter van het Japanse Reine Land-Boeddhisme is een woordje bekend geworden, waarin hij zei dat iedereen het Reine Land kan binnengaan, maar dat daar niemand is. In die uitspraak heeft hij waarschijnlijk gemeend het concept van leeg zijn van essentie (sunyatā) neer te leggen.




"Boeddha is meester over de machtige tien krachten(1), en met de vleugels van kalmte en inzicht(2) karnt hij de wateren(3) van de emoties die zich in de oceaan van geboren-worden en sterven bevinden; hij doorklieft de wateren en grijpt de [daarin verdrinkende] wezens. Hij plaatst hen in de Boeddha-Dharma en zorgt ervoor dat ze een eind maken aan alle verkeerde noties en foutieve omschrijvingen; hij zorgt ervoor dat ze verblijven in de niet-onderscheidende(4), door niets gehinderde handelingen van de verlichten."




Noten:
(1) De tien krachten. Zie hiervoor de Lankāvatāra Soetra I, voetnoot 6.

(2) In boeken 15 en 21 kwam de term sati al ter sprake. Hier, in boek 37, wordt ze op de traditionele manier gekoppeld aan een ander begrip, samathá, kalmte of rust. In die combinatie is het de meditatie-techniek genaamd vipasyanā of vipassanā: inzichtsmeditatie. Deze techniek komt in een aantal Boeddhistische scholen voor, van de Theravāda-traditie, over de chinese techniek zoals meester Zhiyi (Chih-I) die in de zesde eeuw ontwikkelde, en die nog voortleeft in de hedendaagse Japanse Tendai-stroming, tot de Himalaya-tradities. De meditatie bestaat er in afwisselend het fysieke-psychische zonder oordelen waar te nemen, en de geest tot rust te laten komen door bijvoorbeeld de aandacht te richten op het in- en uitgaan van de adem bij de punt van de neus.
Dit, kalmte en inzicht, zijn naar de mening van een aantal meditatie-scholen de twee vleugels van de vogel, de Boeddha-Dharma. Er zijn andere, minder op meditatie gerichte scholen die wijsheid en mededogen (prajñā en karunā) als de twee vleugels zien.

(3) Het karnen van de wateren is een leenterm uit het Hinduïsme. Daarover zijn in die leer een paar verhalen bekend. Volgens een van die legenden waren het de deva, hemelingen, die de Oceaan van melk wilden karnen om daar het nectar van onsterfelijkheid uit te peuren. Omdat ze er zelf niet toe in staat waren bedachten ze een list om dit te laten doen door de ásura, overbeterlijke krijgers, die de berg Mándara als een soort vuurstokje zouden gebruiken, en de slang Vásuki als koord om dat stokje heen om zo de oceaan in beweging te krijgen. Maar zodra de berg op de oceaan werd geplaatst zonk de berg. Daarop verscheen god Vishnu in de vorm van een schildpad en deze droeg de berg op zijn rug. Naarmate de oceaan gekarnd werd kwam er een dodelijk gif met de naam Halahalal aan de oppervlakte die alle levenden dreigde te verstikken. Daarop dronk god Shīva het gif en hield het in zijn keel. Die keel werd blauw, hetgeen Shīva de naam "Hij met de Blauwe Keel" opleverde, nīlakantha. Nadat het gif was geneutraliseerd verschenen de verschillende mensen, dieren en kostbaarheden.
Binnen het Boeddhisme vinden we de naam nīlakantha als een van de gestalten van Avalokiteshvara Bodhisattva, de Bodhisattva van Groot Mededogen.

(4) Niet onderscheiden. Zie hiervoor de Lankāvatāra Soetra II-2, 35.




Het onderwerp inzicht komt een eind verderop terug in een drieledige opsomming:
"Boeddha houdt het Wiel van de Leer op drie manieren in beweging. Dit zijn
de cyclus van het pad van inzicht,
de cyclus van het pad van de praktijk,
en de cyclus van het pad dat aan leren voorbij is."

Er wordt aan toegevoegd dat "Boeddha het wiel in beweging houdt buiten de sferen van verlangen en die van ontkennen om."
Met andere woorden, hier wordt de werkelijkheid van het leven niet ontkend, of mooier gemaakt dan ze is; er wordt geen "eigen sfeertje" gecreëerd.

De term inzicht, sati, staat hier apart van de meditatietechiek van vipasyanā, en moet daarom hier toch eerder gezien worden zoals dat is aangegeven bij de bespreking van boeken 15 en 21. Zie daarvoor voetnoot 2 bij het bovenstaande stukje.
Met 'pad van de praktijk' wordt wellicht verwezen naar het inzetten van vaardige middelen, upāya, en het pad dat aan leren voorbij is, zou dan de meditatieve praktijk kunnen zijn, en meer bepaald die van samāpatti. Zie bijlage 3, noot 2.



bijlage 5

Het woord Bloemenkrans staat voor Perfecties die we kunnen behalen en dan als het ware aanbieden aan Boeddha die ons geleerd heeft wat die Perfecties zijn en hoe ze vergaard moeten worden.

Een engelse vertaling werd uitgegeven door Shambala


Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme