Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






Boeddha's overlijden


Bij de afbeelding
(Uit de Pāli Mahā-pari-nibbāna sūta)
Ānanada, [na de crematie] wordt op een kruispunt van wegen [ter nagedachtenis] een stūpa opgericht voor de universele monarch. En zoals het voor de universele monarch gedaan wordt, zo zou het ook gedaan moeten worden met het lichaam van de Tathāgata; ook voor hem zou op een kruispunt van wegen een stūpa moeten worden opgericht. En wie ook maar naar die plaats gaat en daar bloemenkransen, of wierook, of pasta van sandelhout neerlegt, of er [eenvoudig] een eerbetoon brengt, en daarbij een kalme geest verwerft, het zal voor zo iemand voor lange tijd welzijn en geluk betekenen.

Op 12 februari 2006 vierde de Zuid-oost-aziatische gemeenschap het Grote Heengaan van Boeddha, zijn Pari-nirvāna, een jaarlijks terugkomende viering.
De laatste dagen van Sakyamuni Boeddha staan zowel beschreven in de Mahā-pari-nibbāna Soetta van het Pāli-Boeddhisme, als in de Mahā-pari-nirvāna Soetra van het mahāyāna-boeddhisme.


Beide Soetras hebben de aanhef gemeen. Verder hebben ze ieder een eigen onderwerp. Is de Pāli-versie een waarschijnlijk zeer getrouwe historische verslaglegging, de mahāyāna-versie beschrijft dat wel het lichaam van vlees en bloed sterft, maar dat Boeddhaschap als zodanig eeuwig is, en zonder begin. Het beschrijft bovendien wat we moeten verstaan onder de term nirvāna.
Zonder dat leerstuk over het eeuwige Boeddhaschap, ook prominent aanwezig in de Lotus Soetra, zou er geen mahāyāna-boeddhisme zijn. De 6de-eeuwse monnik Zhiyi (Chih-I) noemt de Mahāyāna Pari-nirvāna Soetra (MPS) dan ook de apex van het boeddhisme. Daar is niet iedereen het mee eens, maar ieder heeft het recht zijn eigen held te kiezen.
De Mahāyāna Pari-nirvāna Soetra werd in 418 door de monnik Fa-hsien (spreek ongev.: Fa-hjèn) China binnen gebracht, en wel naar de Lung-Kuang-tempel in Chien-k'ang.

Nu zegt de Mahāyāna MPS over Boeddha's Grote Heengaan
"De Tathāgata (Boeddha) [als lichaam van vlees en bloed] kan niet voor eeuwig voortduren, [want] de Tathāgata is een eeuwig verblijvende Dharma ... [en zijn] lichaam ... is een transformatie-lichaam...."
Het 12de boek van de Avatámsaka (Bloemenkrans) Soetra zegt het zelfde: "Het werkelijke lichaam, of het werkelijkheidslichaam van Boeddha is niet een lichaam."

Hoe de Boeddha dan eeuwig duren kan, verklaart een MPS-passage die vlak voor bovengenoemde staat:
... de lichamelijke duur van mensen en andere wezens ... vloeit [als een onderstroom] in de oceaan van de Tathāgata's levensduur. Daarom is de Tathāgata's levensduur onmetelijk."

Het is aan de hand van deze passage dat de oudste en meest traditionele chinese voorstelling van de drie Boeddhas gestalte heeft gekregen: Sakyamuni Boeddha, Amitābha Boeddha, en Tathāgata Boeddha als de oceaan waaraan het menselijke leven als golven of een onderstroom deelneemt.(1)

De boven geciteerde passage vertelt dat Tathāgata en levend wezen samenvallen, ofwel dat het absolute en het relatieve één zijn. Daarom zegt de onmiddellijk daarop volgende zin: "Uit de Tathāgata komt alle leven voort."
Die laatste opvatting heeft niets te maken met schepping zoals dat in theïstische systemen voorkomt, maar alles met het besef dat het inherent en immanent Verlichtte het inherent en immanent Verlichtte gestalte geeft, in een eindeloos voortgaande stroom.

Deze woorden over de MPS geven nu ook de mogelijkheid iets te zeggen over de termen 'zelf', 'eeuwig', 'geluk', en 'zuiver', termen die worden toegeschreven aan de hinduïstische vedánta-leer, en waarvan wordt gezegd dat het boeddhisme die klakkeloos heeft overgenomen
De Mahāyāna Parinirvāna Soetra geeft de volgende betekenis aan deze vier begrippen:
"Zelf ([Skr.:] atma of [Pāli] atta) betekent 'Boeddha'.
Eeuwig betekent '[Boeddha's] essentiële lichaam [dharmatā].
Geluk (of vreugde) betekent nirvāna.
Zuiver betekent dharma."


Wat dan nirvāna is wordt ook puntsgewijs verklaard:
"1/ De Leer over Bevrijding is niet nirvāna.
2/ Het tathāgata-lichaam is niet nirvāna.
3/ Grote Wijsheid [mahā-prajñā] is niet nirvāna.
"Nirvāna binnengaan" is-gelijk "vredig verblijven" in [de kennis van] deze 3 [hier genoemde] dingen."

[Vredig verblijven is het gedachtenproces tot rust brengen].

De MPS ziet nirvāna niet als het ultieme, maar als een tussenstap op weg naar het onzegbare Volmaakt Verlichtte. Daar is de Avatámsaka Soetra het maar deels mee eens; in het 37ste boek wordt een verschil gemaakt tussen het nirvāna dat gewone mensen kunnen bereiken en dat van de Boeddhas. Die laatste vorm van nirvāna wordt niet onthuld, zegt de Avatámsaka.





De shorea robusta
De boom waaronder Boeddha overleed volgens de/het theravāda
Op zijn laatste voettocht in de richting van zijn vaderstad Kápila-vàsthu overleed Shakyamuni Boeddha in het Noordindiase plaatsje Kusinára, of Kushinágara, of Kushinár, op een geïmproviseerd veldbed in een park, tussen de twee uitlopers van een Sala boom (Shorea robusta of rubberboom).
Het verhaal zegt dan dat op het moment van overlijden hemelse bloemen op Boeddha neerdaalden. Dat zal zeker zo zijn; de sal-boom bloeit aan het begin van de zomer(2), hetgeen ons een indicatie geeft over de overlijdensmaand van Boeddha.

Het verhaal is door de hele Boeddhistische wereld meer dan bekend, en de Engelse uitdrukking twin-sal-tree is een "huishoudbegrip" geworden.

Noten:
(1) Na verloop van tijd is het beeld, maar niet het concept, van Tathāgata Boeddha vervangen door Amitābha Boeddha (in de mahāyāna-opvatting), en werd de triade aangevuld met de Helende Boeddha, Yao Shih Fo of, in 't Hybrid Sanskriet, Bhaisá[d]jaya-guru-Vaidúrya-Prabhása Tathāgata
(2) Het land rekent van oudsher met zes seizoenen. We vinden daarvan bijvoorbeeld een getuige in de Lankāvatāra Soetra. Die seizoenen zijn in de 15de eeuw samengevat in een paar dichtregels. Het zomerseizoen valt in de maanden juni en juli.






Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme