Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






DE OUDSTE BOEDDHA-AFBEELDING

Het reliekvat uit Bimaran, Pakistan




Faxian (ook deze en deze pagina), de chinees mahāyānistische monnik die een ferme devoot was van Quanyin, vestigde zich na zijn reis door groot-India, tussen de jaren 399 en 414, in "Ts'ing-chow". Een commentator op het reisverslag dat Faxian (oude spelling: Fa-Hien, spreek: faa-sjèn) naliet(1) zegt over die plaats van vestiging: "Het was in het jaar van Keah-yin (oude spelling: 414) ...; de meest belangrijke sterrenconstellatie van dat jaar was Virgo-Libra ..."
In dat reisverslag (pp.56/7) heeft Faxian het over de noord-indiase koning Prasenajit (spreek: Prasee-na-djit) die tegen het eind van een regentijd-retraite er naar verlangt Boeddha weer te zien: "Toen Boeddha opsteeg naar de Hemel van de Drieëndertig (Traya-trimsa) en daar negentig dagen lang zijn moeder de Dharma verklaarde, ... zorgde hij er voor dat een beeltenis (van Boeddha) werd gemaakt in het bos van Gośīrsa Chándana, en liet dat neerzetten op de plaats waar hij (Boeddha) placht te zitten."

(1)"A Record of Buddhistic Kingdoms, Being an account by the Chinese monk Fa-Hien ...", James Legge, London, 1886, pp.116/7.

Dit is een mondeling overgeleverd verhaal. Veel mondeling overgeleverde verhalen berusten op waarheid. Veel mondeling overgeleverde verhalen zijn in de loop van de tijd een beetje veranderd. Het beeld dat de oude koning liet maken is niet bewaard gebleven, althans, er is uit de tijd van 500 - 600 jaar voor onze jaartelling geen beeld overgebleven waarvan men zou kunnen zeggen: dit stelt Boeddha voor.
Maar alles bij elkaar kunnen we zeggen dat Prasenajit's beeld het eerste was.


Op 20 november 2018 loadde Sushma Jansari van het British Museum een video waarop ze de tot nu toe oudste afbeelding toont van Boeddha. Het kleine object, een reliekdoosje ("casket"), werd in de Gandhāra-regio gemaakt en werd aangetroffen in een stūpa in wat nu het dorp Bimaran is. Het object waarop een boeddha-afbeelding werd gemaakt blijkt het binnenste deel te zijn van een stenen reliekhouder. En omdat Boeddha is afgebeeld moeten we aannemen dat het stukje bot dat er in gezeten heeft van de historische Boeddha is geweest. Of het museum dat botsplintertje nog heeft, vertelde Sushma niet; we mogen hopen van wel.

Boeddha wordt hier afgebeeld met de "abhāya-mudra", het vreesafwerende gebaar.
Dat Boeddha volgens Sushma is omringd door Brahma en Indra betekent dat de maker van de houder hier gedacht heeft aan de geboortelegende waarin beide figuren, oorspronkelijk hindu-goden, aanwezig waren bij Boeddha's geboorte en assistentie verleenden bij het opvangen van het kind.
Wanneer Sushma het heeft over Indra die tot Boeddha bidt, dan bedoelt ze dat hij eer bewijst. Bidden in de theïstische zin van het woord komt in het boeddhisme niet voor, ook al zondigt de helft van de aziatische boeddhisten tegen die regel.

Het is mogelijk dat de figuur die Sushma niet heeft kunnen identificeren de opdrachtgever Shiva-rákshita kan zijn geweest wiens naam op het aardewerken vat voorkomt. Dergelijk afbeelden van financiers van boeddhistische kunst kwam in het verleden heel veel voor. Dat Shiva-rákshita laat opschrijven (in het Prakrit) dat hij eer bewijst aan "alle boeddhas" bewijst dat op deze plaats het mahāyāna wéerd beleden. Zou dat niet zo zijn, zou hier een hīnayāna-representatie zijn, dan zou Shiva-rákshita het hebben gehad over "alle boeddhas uit het heden, verleden, en de toekomst", want het hīnayāna, later vormgekregen in het theravāda, erkent de gedachte niet dat er in én "kalpa", een oneindig lange tijd, meer dan én boeddha tegelijkertijd kan zijn.

Shiva-rákshita heeft inderdaad, zoals Sushma zegt, een saivistische naam, hier met de naam van de hindugod Shiva als aanhef. Het rákshita betekent beschermer of beschermen. Dus de naam Shiva-rákshita betekent ofwel "de beschermer van Shiva", hetgeen wel erg verwaand is, danwel "door Shiva beschermd", en dat laatste zou de bedoeling van Shivarákshita's ouders kunnen zijn geweest bij het bedenken van een naam voor het kindje.
Ofwel Shivarákshita was een latere bekeerling tot het boeddhisme, danwel hij was een lokaal opperhoofd, de rijkste man in de buurt, die voor de boeddhisten een reliekvat liet maken zoals hij voor andere in zijn gebied aanwezige levensbeschouwingen andere werken kan hebben laten uitvoeren, want dat was de taak van de vorst in die tijd: alle levensbeschouwingen de ruimte geven en zonodig steunen.



de Boeddha-pagina
Naar de archiefpagina | Naar de soetraspagina


Bijgewerkt april 2020

Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme