Uit het archief van www.buddha-dharma.nl




LÍNJÌ YÌXUÁN,
AARTSVADER VAN LINJI- / RINZAI ZEN


zijn mededogen

Sinds chan/zen in het westen bekend werd lijkt het woord mededogen daar niet op de desbetreffende woordenlijst te staan, zeker niet op die van de rinzai-interpretatie. Dat Linji in zijn radicaliteit jegens zijn medemonniken uit mededogen handelde, komt in de meeste schrijvers over het onderwerp niet op.

Niettemin moet het gediscussieer, het gefilosofeer, het getheoretiseer over aspecten van het boeddhisme en andere onderwerpen in zijn tijd de aanleiding zijn geweest voor zijn radikale: koppen dicht en denken uit!
Was hij daarmee een vertegenwoordiger of de aartsvader van het anti-intellectualisme binnen het boeddhisme, zoals zo vaak wordt beweerd? Helemaal niet. Er zijn maar weinig van zijn uitspraken bekend die we niet terug kunnen voeren naar de eerdere canonieke werken. Hij kende zijn klassieken, en de monniken om hem heen kenden die ook. Alleen moest die kennis ten behoeve van een min of meer succesvolle meditatieve praktijk terzijde worden geschoven. Vermeden moest worden dat een broeder op een dag zijn ervaring zou gaan zitten overpiekeren met gedachten als: hé, heb ik dit niet daar en daar gelezen; welk manuscript was dat ook alweer; klopt de sequentie van wat ik ervoer met hoe het beschreven staat?
Op zo'n moment is de meditatie naar de vaantjes, en is de scholastiek weer aan het woord.
Linji had dus niet de pest aan "woorden", maar ze kwamen binnen zijn meditatietechniek nu even niet van pas. Later misschien, als je verlicht bent. Maar in die tussentijd zat die eerder opgedane kennis daar en werkte door in de vorm van culturele bagage, zoals de wind de lychen tegen de zuidwestkant van de schoorsteen heeft geplakt; het was niet meer te verwijderen, en iedereen wist het, en iedereen waardeerde het als een vanzelfsprekendheid: bescheidenheid is niet identiek-gelijk aan cultuurloosheid.

Linji's collega en tijdgenoot overigens, Zongmi (Tsung-mi), zei: "Diegenen die chan overdragen moeten de leerredes en de verhandelingen als standaard hanteren."
Zongmi stond tussen de Linji- en de door Tungshan (Dongshan of Ts'ao tung -- 806-869) geïntroduceerde lijn in die in Japan sōtō is gaan heten. Tungshan heet in het Japans Tozan.
Linji/rinzai en tungshan/sōtō staan in redelijk scherp contrast met elkaar hoewel ze beide een "anti-woorden" standpunt zijn gaan verkondigen, dat zoals gezegd inmiddels als anti-intellectualistisch wordt geïnterpreteerd.
Tungshan kwam met de woorden over "het schijnbare binnen het werkelijke", en "het werkelijke binnen het schijnbare", over het "tevoorschijnkomen vanuit het werkelijke", over het "komen tot een wederzijdse integratie", en over "de bereikte eenheid". Zijn indeling in vijf kenmerkende aspecten lijkt op van die van de Huayen-theorie maar verschilt toch genoeg om niet helemaal bij de Huayen ingelijfd te zijn. Het toont wel hoe ver het schematiseren en systematiseren binnen het boeddhisme van die tijd was voortgeschreden — en buiten zijn oevers was getreden. Het trad zelfs Linji's geest binnen; hij introduceerde voor zichzelf vier soorten van brullen waarmee hij wilde aangeven dattie iets doorhad, maar dat je er niet over moest doorzagen. Dat vonden de monniken om hem heen ook wel wat; van tijd tot tijd liep de een of ander over de gang en gaf een brul. Linji maakte er een eind aan.



Naar de vertalingen
Terug naar pagina 1




Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme