DE WOORDEN WAARMEE DE MONNIK WORDT UITGEZONDEN

Het vroege of Kleine Voertuig-boeddhisme




Er waren zestig monniken die een paar weken na Boeddha's Ontwaken, dus zo'n 500-600 jaar voor de westerse jaartelling, op pad werden gestuurd met de woorden

"Ga voort, bhikkus (monniken)(1), voor het welzijn van velen, voor het geluk van velen, uit mededogen naar de wereld, voor het (voor hen) profijtelijke en het goede, voor het geluk van mensen en deva. Ga niet met z'n tweeën. Verkondig de [Pāli] dhamma ([Skr.:] dharma) die mooi is in het begin, mooi in het midden, en mooi aan het eind. Verkondig het heilige leven in al zijn zuiverheid, zijn volkomenheid, zowel naar de letter als naar de geest. Er zullen er zijn die een weinig stof in de ogen hebben die, indien ze de dhamma (dharma) niet horen weg zullen vallen (de verkeerde kant op gaan). Er zullen er ook zijn die de dhamma zullen begrijpen.
Ook ik, bhikkhus, zal naar het Oeroe-véla-woud (schrijf: Uruvela) nabij (het dorp) Senáni-gáma gaan om daar de dhamma te onderwijzen (aan de asceten die daar gebruikelijk samen of alleen cultiveren).
Met deze woorden zond de Boeddha zijn eerste zestig discipelen naar verschillende richtingen."


(1)caratha bhikkhavé cārikam ... (uitspraak: dzjárata bhikawee dzjaarikam) uit de Sabba-sava Sutta [PTS: M i 6]

Het eerste deel van de tekst wordt nog steeds uitgesproken nadat een moniaal in de theravāda-richting de orthodoxe wijding heeft gekregen.

Wat duidelijk is, is dat de discipelen werd opgedragen mede-monniken te werven. Er werd hen niet opgedragen leken-volgelingen te ronselen.
Op bijna alle plaatsen in de vroege canon zien we dat Boeddha zich richtte naar de professionals in zijn leer, en maar betrekkelijk weinig naar de gewone burgerbevolking. Waar de chinese mahāyāna-boeddhistische meester zich tot zijn toehoorders richt met een "dajia" (spreek: daa-dja): grote gemeenschap, zowel in de letterlijke als overdrachtelijke zin van het woord, zowel gericht tot de monialen als tot de burgers voor zover de laatsten aanwezig zijn, zo vinden we in de vroege Pāli-canon van het huidige theravāda wel de aanhef "monniken (bhikkhavé)! ...,", maar nooit een aanhef beginnend met "luisteraars, toehoorders, burgers! ..." (Skr.: √ srot; P. √ sut, of een Sanskriet-woord als djàspati (schrijf: jaspati) of het Pāli gahápati of gahápatáni: boeren, burgers en buitenlui.

Het Uruvela-woud komt redelijk vaak voor in de vroege boeddhistische canon. Daar was het te doen, voorzover het religieuze of levensbeschouwelijke filosofie en praktijk aanging.
We moeten begrijpen dat waarschijnlijk in alle landbouwende culturen — dus aanvankelijk álle culturen — astronomie en astrologie belangrijk zijn geweest; wat is het beste moment om te zaaien.
Zeker op het indiase continent is die kunst tot grote hoogten gestegen, als we over hoogte mogen spreken. Daarnaast leefde Boeddha in een tijd waarin verschillende stammen vanuit de overstromingsgebieden rond Delhi en omstreken naar het oosten en noorden (delen 1, 2, en 3) trokken om daar een nieuw leven op te bouwen. Dat ging gepaard met oorlogshandelingen tussen verschillende clans die het oog hadden laten vallen op hetzelfde stuk land. Er moeten heel wat jonge mannen zijn geweest die niet echt zin hadden in het krijgertje spelen, en die zich als gevolg terugtrokken in de wildernis om daar religieus asceet te worden. In de vroege canon vinden we de voorbeelden van twee leiders van dergelijke groepen die tot 1250 manschappen achter en rond zich hadden. Deze manschappen werd een serieuze levensbeschouwing bijgebracht — ook al wees Boeddha die als niet doelmatig van de hand —, maar anderen deden maar wat. Ook daar zijn in de canon voorbeelden van te vinden.
Het was het opvissen, als het ware, van deze verloren makkers waar Boeddha zich in eerste instantie mee bezig hield, en wanneer er dan burgers langs kwamen met een verzoek of een verhaal, dan werd daar ook op ingegaan, in die volgorde.



Naar de archiefpagina | Naar de soetraspagina

Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme