|
|
Temidden van alle brouhaha rond zowel de beveiliging van het Louvre als van de bouwvallige staat van deze serie geschakelde gebouwen werd aan het begin van januari bekend gemaakt dat het museum een zaal heeft gewijd aan de kunst/etnografie van "de vijf continenten". De collectie van op dit moment 130 stukken omvat spullen uit het Louvre zelf, en stukken uit het Musée du quai Branlý - Jacques Chirac. Tijdelijk zijn er kunstwerken aan toegevoegd die komen uit het "Bibliothèque nationale de France, het Nationale Maritime Museum, en partners in Nigeria" zoals Art Daily het stelde.
Wat er op de
video te zien is, zijn toch voor het merendeel stukken uit Afrika. Slechts een enkel stuk lijkt de cultuur van met name India (Azië) te representeren.
|
Waar het Musée Guimet een filiaal van het Louvre is hebben ze zo te zien aan Guimet de eer gelaten om de Aziatische cultuur te tonen, althans voor zover het in het land aanwezig is of van tijd tot tijd te leen heeft gekregen.
|
Hoe ze van deze hoop nog chocola gaan maken . . .!
Op 10 januari bracht de Indian Express het bericht dat in Kashmir, te Zehanpora, een
stoepa is aangetroffen waarvan dan wordt gezegd dat dit een boeddhistisch monument is. Zou best kunnen, alhoewel we uit de vroege canon hebben vernomen dat stoepas in eerste instantie voor overleden rajas werden opgericht, en pas wat later kwam er ook een voor Boeddha, te
Kushinagar (voorheen Kusinara).
Maar het is niet onmogelijk dat het Kashmir, waar na de beruchte derde
canon-vastleggende bijeenkomst te Patna (eertijds Pataliputra) een of meer charismatische boeddhistische monialen werd bijgezet in zo'n monument. Er was immers een boeddhistische aanwezigheid gekomen die, maar dat terzijde, na verloop van tijd beïnvloed werd door alle omliggende levensbeschouwingen: het saivisme, het geloof →
|
van de Himalayas, en mogelijk ook fragmenten van manicheïsme en andere overtuigingen.
Dus het is niet onmogelijk dat de stoepa te Zehanpora er een is die is opgericht voor deze of gene charismatische boeddhistische professional. Maar het kan ook zomaar zijn dat er de restanten van een ander persoon in zijn bijgezet.
|
Het Taiwanese
Taoyuan Museum of Fine Arts kondigde begin januari een tentoonstelling aan onder de titel "Calligraphy in Movement: From Literati's Desk to People's Streets". (spreek ongev.: taw-jwèn)
Een kunsten-site had er een artikel over met onderandere de vermelding van een theehuis, en een brief die de Japanse monnik Ryōkan (hij is vernoemd naar het typisch Japanse gasthuis) schreef aan wijlen Premier Abe. Daarin had hij het over "vriendschap, dagelijks leven, en kalme overweging."
Op dezelfde
museumpagina wordt nog een andere tentoonstelling gepresenteerd: "Inspired by the Buddha: Creative Zen Calligraphy - A Solo Exhibition by Hsu Tzu-fan." Van 1 tot 30 januari van dit jaar.
|
|
Amjad Iqbal van de Pakistaanse krant
The Dawn kreeg op 11 januari ruimte om te melden dat het Taxila Museum een of twee reliekhouders in het openbaar toonde die in verband wordt gebracht met de historische Boeddha. Al eerder werden de twee aan Sri Lanka uitgeleend. Tenminste een ervan werd door de Thaise regering in de afgelopen eeuw aan Pakistan geschonken.
Waar ook in het aangehaalde artikel gemeld wordt dat maar "heel weinig" stoffelijke overschotten van Boeddha bewaard zijn geworden, moeten we toch wijzen op het manuscript waarin gesproken wordt over zijn overlijden. Daarin lezen we dat er op het moment van cremeren een enorme bui regen viel. Dat zal invloed hebben gehad op het verbrandingsproces. Er moet na de crematie een redelijke hoeveelheid botmateriaal zijn overgebleven. Nog vorige eeuw konden we in Singapore meemaken hoe gelovigen ijverig in de rematie-as van een overleden abt woelden om daar als was het maar een splintertje materiaal te zoeken. Wanneer er in historiserende geschriften gesproken wordt in termen van "maar heel weinig", dan moeten we daar bij bedenken dat een deel van Boeddha's botrestanten verloren is gegaan, of eenvoudigweg zal zijn opgeruimd zoals dat bij alle crematies gaat.
|
|
Zoals ieder jaar gaan tussen 1 maart en 12 april voor de rest van het jaar ontoegankelijke parken, tuinen, en tempels in Kyōtō open voor het publiek. Dat meldde de
Asahi Shimbun. Het publiek kan vijf locaties bezoeken waaronder de "droge tuin" van de
Seiran-in →
|
(ook wel "Seiren" en "Seirin"), de
Sainen-ji in de Shimogyo Ward, en de
Byodo-ji.
Pas op! de laatstgenoemde tempel doet aan "cancer-fighting". Dat kan slecht voor de gezondheid uitpakken.
|
Minstens $10.000 moest deze tweeling-Quanyin (Ming Dynastie) opbrengen tijdens een online-veiling.
Kunst voor op het buffet.
|
|
Het was de Archaeological Survey of India (ASI), zo lazen we in de
Deccan Herald, die de zogenoemde "diamanten driehoek" in de deelstaat Odisha heeft aangemeld voor de "tentative list" van de Unesco.
De "diamanten driehoek is het gebied waar de ruïnes liggen van Ràtna-giri (5e eeuw), Udáya-giri, en Làlit-giri. Daar heeft men de restanten aangetroffen van "alle drie de scholen van het boeddhisme: Hīnayāna, mahāyāna en Vajrayāna".
Ook dit initiatief staat binnen de wens het toerisme naar India, c.q. deze streek aan te zwengelen. Dergelijke pogingen zijn eerder ondernomen maar zijn klaarblijkelijk gestrand op een onvoldoende aanwezigheid van infrastructuur.
|
|
|
|
| |
|
|
|
Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.
|
Stichting onder nummer 20138036.
|
| |