Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






INDIA - BODHGAYA

Geschiedenis in chronologische volgorde




Foto: Scott Larsen

De geschiedenis van de Mahābodhi-tempel in chronologische volgorde

Nadat de Maurya (maw ri ja) en de Sunga-dynastieën(soen ga) uit Màgadha, de huidige indiase deelstaat Bihar en omstreken, waren verdwenen was het de beurt aan de Gupta om over deze streek te regeren. Het is dan een zekere Samúdra-gupta, die regeerde tussen 350 en 375 westerse jaartelling die koning Meghavarman (meega-várman) van het rijk van Anurádha-Púra op Sri Lanka, toen Ceylon, vergunning gaf een monnikenverblijf te bouwen op de plaats waar Boeddha Ontwaakte. Het werd de "Mahābodhi Sangh[a]ārama": het monnikenverblijf (op de plek van) Grote Verlichting. Dat verklaart waarom de Srilankaan Dharmapala zich zo ingespannen heeft om Bodhgaya meer gewicht te geven en onder het bestuur van boeddhisten te brengen. Daarmee moeten we natuurlijk niet vergeten dat het daarna heel lang geduurd heeft voordat de toenmalige koning van Myanmar, die zich de geschiedenis rond Boeddha's eerste twee volgelingen voor de geest wilde houden, een monnikenverblijf voor landgenoten liet oprichten. Daarover hier onder meer.

In de derde eeuw voor de westerse jaartelling heeft keizer Asoka uit de Mauriya-dynastie een heleboel monumenten doorheen heel groot-India opgericht, hoewel het getal 84.000 uit de duim gezogen is. De Mahābodhi-tempel zoals we die vandaag kunnen zien, was er een van.

Tussen 399 en 414 nC treft de monnik-pelgrim Faxian (spreek ongev.: fasjèn) er drie kloosters aan met, naar we moeten aannemen, drie vroeg-boeddhistische monniken-gemeenschappen. Hij laat optekenen dat supporters hen van alles voorzagen waar ze behoefte aan hadden, en dat ze zich strikt aan de vinaya, de Gedragsregels, hielden.

Het oudste deel van het complex rond en in de Mahābodhi-tempel is een zandstenen plaat die achter de tempel, recht onder de bodhiboom ligt. Deze plaat die uit de eerste eeuw zou stammen werd bij restauratiewerkzaamheden in de negentiende eeuw gevonden binnenin een basalten verhoging of 'troon' die op zich dan weer verborgen was binnenin een met stucco versierde andere troon of ásana.

Wat we vandaag als oudste delen van de gebouwen kunnen zien is een stenen zetel uit de eerste eeuw die zich voor de bodhiboom bevindt. Er zijn overblijfselen van een roodachtige zandstenen railing (chaitya-vrikshā, spreek dzjàjtja- vriksja) rond de bodhiboom en een solitaire pilaar op het pad waar Boeddha een week lang lopende meditatie beoefende.
Dergelijke stenen railings worden alleen nog aangetroffen rond boeddhistische monumenten te Máthura, Bharhut, Sanchi (sàntsjie) en Bodhgaya. Wanneer we het terrein van zo'n heiligdom betreden nemen we even afscheid van de verwarring en het tumult van de gewone wereld en gaan een rijk van contemplatie en rust binnen. Daar dient zo'n omheining voor.

Tijdens de regering van de Gupta-dynastie (320 - ca. 550) werd de railing rond de bodhiboom gerenoveerd en kwamen er nieuwe granieten pilaren, horizontale railings en eindstukken. Stylistisch wijken ze af van de oudere restanten.
Ook in die tijd werd binnenin de toenmalige tempel een groot boeddhabeeld geplaatst. Dit boeddhabeeld bevindt zich nu in een museum in Kolkata (Calcutta), en een inscriptie op de basis meldt een jaartal dat overeenkomt met 64 westerse jaartelling.
De monnik-pelgrim Xuanzang die in de zesde-zevende eeuw India bereisde beschreef een tempel die er in omvang en structuur ongeveer zo uitzag als het gebouw dat in 1880-81 door de britse ingenieur en legerofficier Alexander Cunningham en Dr. Rajendra Lal Mitra werd aangetroffen en gerestaureerd. In opdracht van de birmese koning Mindon-min waren er in 1874 al restauraties uitgevoerd; het birmese gasthuis op het Mahābodhi-complex is de oudste van de nog bestaande door nationale overheden en/of grotere organisaties gebouwde tempels en kloosters.

votiefstupas
Tijdens de Pala-dynastie (8ste - 12de eeuw) werd nog het grootste aantal monumenten op het terrein opgericht, met name een groot aantal votief-stoepas die werden gemaakt in opdracht van dankbare pelgrims die de gevaarlijke reis door nagenoeg onbewoond terrein hadden overleefd.
Kleinere monumenten en decoratie-elementen stammen uit de 3de-15de eeuw, ook de stenen railing rondom een deel van het totale terrein.

In 1421 komt de Verboden Stad in Beijing gereed, gebouwd in opdracht van de Ming-keizer Yongle. De abt van Bodhgaya, Sariputra, zo genoemd naar een van Boeddha's metgezellen, "zegende" in 1425 de troonsbestijging in van de vierde Ming-keizer Hongshi in 1425, en het jaar daarop dat van de Zhu Zhanji, de vijfde Ming-keizer. Zie ook het engelstalige blog over Manchu-boeddhisme. In hoeverre genoemde Sari-putra bij die Manchu-variant betrokken was, is voorlopig (2022) niet bekend.

Het beeld dat nu het centrum van aandacht binnenin de tempel vormt was in 1880-81, toen Cunningham en Mitra de restauratie ter hand namen, niet aanwezig; het werd bewaard door de Mahànt die op het terrein, links van de hoofdingang van de tempel zijn eigen hindu-heiligdom heeft. Het zou uit de tiende eeuw dateren en is meer dan twee meter hoog. Afgaand op de decoratie op het stenen kussen waarop Boeddha zit, is men er vooralsnog van uitgegaan dat het hele beeld in Oost-India (Odisha of Bengalen) gemaakt zou moeten zijn.

Over Francis Buchanan-Hamilton en zijn reis langs Bodhgaya is een apart paginatje gemaakt.

In 1880 begon dus de restauratie onder leiding van Cunningham en Mitra. Toen Cunningham er met zijn troepen naar toe reed kon het eerste deel van het pad worden afgelegd in een ossenwagen, maar het laatste deel van de tocht moest men zich een weg door de jungle kappen. De tempel was overgroeid, en omdat het in een soort dal was gebouwd is veel energie gaan zitten in het uitgraven van het onderste deel van de tempel.



de India-pagina
de archiefpagina | de Soetraspagina



Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme