Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






BOEKDRUKKUNST IN KOREA


Hangul, de taal van Korea

Op 10 oktober 2004 meldden de Koreaanse media dat men in dat land overwoog een Hangul-dag in te stellen. Hangul is de nationale taal van Korea.

Het Hangul (Spreek: Hang-goel - g als in 'good') werd ontworpen door koning Sejong (Seedjòng) die regeerde tussen 1418 en 1450. Hij was de vierde koning van de Jeoson-dynastie (spreek: djosòn, 1392-1910). Aanvankelijk vijandig tegenover boeddhisme, wijzigde deze vorst zijn standpunt, liet een kleine tempel voor zichzelf bouwen, en bedacht hoe een specifiek Koreaans schrift er uit zou kunnen zien. Vóór die tijd maakte Korea gebruik van het klassieke Chinese schrift.
Zijn alfabet kwam gereed in het jaar 1443. Met dit alfabet hoopte de koning een schriftsoort te hebben bedacht dat beter aansloot bij het gesproken Koreaans. In zijn "Annalen van de Jeoson-dynastie" heeft hij er een gedetailleerde uiteenzetting over gegeven. Zo bestond het alfabet aanvankelijk uit 28 karakters. Vandaag worden er daarvan nog maar 24 gebruikt.
Hangul, hetgeen "de letters" (gul) van het Koreaanse volk (han) betekent, staat 12e in de rij van grote wereldtalen.

Op 17 juni 2008 werd bekend gemaakt dat de uitgang 'Hangeul' vanaf de eerste helft 2009 gebruikt kon gaan worden voor internet-domeinnamen. Behalve uitgangen zoals "com," "org" en "net" konden koreaanse gebruikers dan ook een domein beheren onder bv de naam "mijndomein.hangeul".
Op 9 oktober 2013, ter gelegenheid van de herdenking van Hangul Proclamation Day, werd een hangul-font voor internetgebruik geïntroduceerd onder de naam Seokboche.

"Het Korean National Museum heeft bevestigd dat de antieke blokprint van een boeddhistische tekst gedateerd kan worden tot de "Verenigde Shilla-periode", de achtste eeuw, en dat het daarmee waarschijnlijk de oudste blokdruk ter wereld is." Dit meldde de ChosunIlbo op 29 maart 2007.
Het betreft hier een druk van de Pure Light Dharanī Sūtra die bewaard werd in de Seoka Pagoda (of ook de Sokka T'ap - Sakyamuni pagoda) van de Bulguk-tempel in Zuid-Korea. De tekst zou in de pagoda geplaatst zijn geworden in 1024, toen het bouwwerk een reparatiebeurt kreeg. Die reparatie aan de Bulguk-sa kwam gereed in het jaar 1973.
Het manuscript is gedrukt in een vorm van Hangul, het klassieke chinese schrift met Shilla-kenmerken dat alleen gebruikt werd tussen 690 en 704 toen de Chinese keizerin Wu Zetian (woe dze tjèn) aan de macht was. De tekst werd gedruk op zogenaamd Dak-papier, een lokale traditionele papiersoort.

John Stevens wijdt op de Buddhapia-pagina een lang artikel aan de blokdrukken van Korea. Hij vertelt dat de tekst in 1966 aan het licht kwam.
Hoewel ook anderen de Pure Light Dharanī Sūtra bespreken, lijkt het er niet op dat de tekst ooit vertaald is geworden naar een westerse taal, hoewel het toch sūtra wordt genoemd, en er dus naast de dharanī, bezwerende mantrische klanken, ook 'gewone' tekst staat.

Zie voor het ontstaan van twee andere oudste handwerken: het maken van de waaier en het bouwen van tempels, de Korea-pagina.


Eerste metalen losse letters; zetwerk
In 2009 werd los zetwerk van het Hangul gevonden. De typen dateren van het jaar 1377. In september 2010 kwamen er echter vier losse typen tevoorschijn die worden gedateerd op 1239/1240, en aan het eind van 2015 werd een verdere vondst gemeld. Zie onder.
De eerste druk van deel Twee van het oudste Koreaanse boek dat gedrukt werd met behulp van losse metalen letters (zetwerk) bevond zich in 2009 in de Parijse Bibliothèque Nationale. Waar deel Een is gebleven is onbekend. Dit meldde JoongAng Daily van 12 januari van dat jaar. Deze informatie, althans waar het "het oudste" aangaat, is in de jaren daarna achterhaald gebleken.

Het drukken met losse metalen letters (typen) werd voorafgegaan door de chinese vinding van losse klei-typen, die werden opgevolgd door losse houten typen. Daarna kwam Korea pas tijdens het bewind van Kublai Khan, dat wil zeggen tijdens de Yüan-dynastie, op de proppen met metalen typen, enkele tientallen jaren voordat Gutenberg dezelfde uitvinding deed. De Gutenberg-vinding wordt in Noordwest-Europa nog steeds de oudste genoemd, en dat zal zeker waar zijn — voor het zetwerk in latijnse schrift.

Het bovenvermelde boekde Jikji Simche Yojeol, werd gevonden door Park Byung-seon die ooit voor haar doctoraal naar Parijs trok en vervolgens jarenlang in deze bibliotheek werkzaam was.
Het werd in 1377, twee jaar na het overlijden van de auteur, gedrukt in de Heungdeok-tempel (hjùng-dok). De Jikji (djiek-djie), voluit, de Baegun hwasang chorok buljo jikji simche yojeol: "Het identificeren van de boeddhamind aan de hand van de zen-praktijk" werd in 1372 geschreven door de monnik Baegun die leefde tussen 1289 en 1374. Het is een verzameling leerredes geworden, dialogen, brieven en literair werk. Doorheen de eeuwen werd het steeds herdrukt, en zoveelste-drukken werden verspreid over de verschillende koreaanse tempels, als een gezamenlijke erfenis die de bewoners moesten kennen.

In 2001 werd het boek toegevoegd aan de Unesco-lijst "Memory of the World".
Het werd gekocht en in Korea uitgebracht door de Franse diplomaat Colin de Plancy (1853-1922). De Plancy verkocht het boek aan antiquair Henri Vevèr, die het op zijn beurt aan de BN schonk.

Informatie leerde in dat jaar dat het exemplaar in Parijs voorlopig nog het enige gedrukte is dat over is van de twee eerste-druk-volumes van Baegun's werk. In september 2007 werd in het VN-gebouw in New York een 40 dagen durende tentoonstelling gehouden waarbij het metalen zetwerk werd getoond. Ban Ki-moon, Secretaris-generaal van de VN opende de tentoonstelling. In januari 2013 was de restauratie van hoofdstukken 15-29 van de in totaal 38 hoofdstukken gereed.

John Jorgensen en Eun-su Cho hebben een vertaling naar het Engels gemaakt die in 2005 door de Jogye Orde werd uitgegeven.
De Korea Times van 10 november 2019 had een artikel over de amerikaanse historicus Richard Pennington die actief is geworden in de wens dat dit in Parijs bewaarde boek terug naar Zuid-Korea zou gaan. (https://www.koreatimes.co.kr/www/culture/2019/11/142_278407.html) Wat dit betreft lijkt de BN een beetje op de britse overheid die, ook al weten ze dat de "Elgin Marbles" ill-gotten zijn, er niet over denkt deze cultuurschat terug te geven aan Griekenland.
De 1239-set typen
(September 2010) Prof. Nam Kwon-heui van de Kjoeng-poek Nationale Universiteit vond het hierboven getoonde setje van vier typen in een antiekzaak in Zuid-Korea's hoofdstad. Ze werden een paar dagen nadat hij ze aan de verzamelde pers toonde onderzocht naar ouderdom en materiaal.
De antiekhandelaar liet desgevraagd weten dat hij de typen ongeveer 10 jaar daarvoor had gekocht. Ze waren ooit na de Tweede Wereldoorlog naar Japan gesmokkeld, en hoe ze weer terug werden gebracht stond er niet bij. De typen zijn gedateerd op het jaar 1239, en daarmee zijn ze zo'n 138 jaar ouder dan de bovengenoemde set die tot dan toe als de oudste van de wereld te boek stond.

(December 2015)
Het eerste gebruik van losse metalen letters werd gevonden in Korea, nog voor de verenigde Goryeo-dynastie die begon in 918. Dat men pas rond 1230 er toe overging om houten letterblokjes te vervangen door metalen zou weersproken kunnen worden door een 2015-vondst in de nu noordkoreaanse stad Kaesong. Dat wil zeggen dat eind 2015 onder een paleis in Kaesong het tot dan toe oudste letterblokje gevonden werd. De krant de Chosun Ilbo meldde rond die tijd dat het Manwoldae-paleis in het jaar 909 werd gebouwd door koning Taejo, de stichter van het Koryo of Goreyo-rijk. Taejo verenigde de drie koninkrijken van Garak (Gaya), Silla, en Baekje en bracht ze in zijn rijk van Goreyo, de oernaam van Korea, zegt men.








Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme