Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






VIETNAM

Geschiedenis van het Boeddhisme

Vietnam, drukblokken, en Vinitaruci
Inrichting en leiding in oostaziatische en vietnamese tempelgemeenschappen
Het Hòa Hào en de UBCV

Bijlage: Linji-chan in Vietnam
Bijlage: De Garuda-beeltenis op de Boi Khe-tempel


Vietnam, drukblokken, en Vinitaruci
Op 8 oktober 2012 werd bekendgemaakt dat een collectie van meer dan 3000 houten drukblokken die bewaard worden in de Vietnamese Vinh Nghiem-pagoda de Unesco Werelderfgoed-erkenning heeft gekregen.

De blokken werden in de 14de eeuw uitgesneden en de teksten behelzen de canon van de Truc Lam (bamboebos) zen-traditie die in de 11de eeuw werd gevestigd — hoewel de eerste patriarch van deze richting, Truc Lam Dau Da (koning Tran Nhan Tong), leefde van 1258 tot 1308.

De geschiedenis van het boeddhisme in Vietnam zegt dat zen, toen nog dhyāna geheten, in het jaar 580 geïntroduceerd werd door een Indiase monnik met de naam Vinitaruci (Vietnamees: Tý-ni-da-lu-chi). Deze Indiër zou een leerling zijn geweest van de derde patriarch van het Chinese zen: Jianzhi Sengcan (Tsang Tsan) die in 606 overleed. Was de tweede patriarch Huike (spreek: hweikú) een mysticus wiens woorden, zeker voor niet ingewijdden, maar moeilijk te volgen waren, van Sengcan is al helemaal weinig bekend.

Wat hij wel heeft nagelaten is het zeer populaire gedicht Faith in Mind dat nog regelmatig wordt gereciteerd door zengemeenschappen, zeker die uit de rinzai-richting die hem als een van de aartsvaderen ziet. Faith in Mind heeft verschillende vertalingen, die soms beduidend van elkaar afwijken. Het lied of de recitatie is ook geadopteerd door de gemeenschap rond Thich Nhat Hahn die het uit zijn vaderland Vietnam heeft meegenomen naar Frankrijk en verder.

Vinitaruci werd hoogstwaarschijnlijk geboren op een moment dat Bodhidharma (482-539) al aangekomen was in China. En zeevarenden — lang leve de kletstantes — brachten het verhaal over Bodhidharma's reis en landing mee terug naar India.
En Vinitaruci moet gedacht hebben dat dit helemaal geen slecht idee was; hij was toch al op tournee naar het verre China, 's eens kijken wat er in zo'n ander ver land te verhapstukken viel. Hij heeft dan ook de traditie gevestigd die, zeker in Japan, zegt dat er "brahmanen" in Vietnam waren, dat wil zeggen, volgelingen van Vinitaruci, Khmer die vanuit Siam/Cambodja al met boeddhisme in aanraking waren gekomen. Je kan het slechter treffen.

Geschiedenis heeft het dat Vinitaruci de eerste vihāra heeft gebouwd, bouwwerken die in het Vietnamees in later eeuwen consequent pagoda zullen worden genoemd. Vinitaruci overleed in 594 in de Phap Vân (Diên Ung of Chua Dâu) pagoda in Ha Bac.

Tussen de elfde en het midden van de 12de eeuw lijkt zijn zenlijn competitie te krijgen door de "wall gazing" zentraditie die werd gesticht door Vô Ngôn Thông (in tegenstelling tot de praktijk waar zennis niet naar de muur gericht zitten), en door de Thao Duong-lijn. De monnik-stichter die aan de laatste traditie zijn naam verleende leefde van 1069 tot 1210. Onder deze laatste monnik ontwikkelde zich heel sterk de gedachtengang dat Boeddhas tussenbeide kunnen komen ten bate van het individu. (De straffende hand gods is een concept dat fundamenteel vreemd is aan het boeddhisme, evenals de gedachte dat het hoogste doel door de mens niet bereikt mag worden — de monotheïstische dualiteitsgedachte).
De filosofie over Boeddha's helpende en reddende activiteit — "wordt als mij, de wereld wordt er beter door" — werd voorafgegaan en ingeleid door een al heel vroeg vermaatschappelijken van de monialentraditie: welzijnswerken lijken zo oud als het Vietnamese boeddhisme te zijn, zegt Quach Thanh Tam in zijn Poésie et spiritualité dans l'ancien Viet Nam.

Meer over de Linji-chan-lijn van Vietnam op de zevende bijlage bij het verhaal over Linji.



Inrichting en leiding in oostaziatische en vietnamese tempelgemeenschappen
22 oktober 2012
In het dorp Hathiyar, in het district van Bodhgaya gaat het Siddhartha Compassion Trust, een Vietnamees-Amerikaans initiatief een school met daaraan verbonden een kliniek bouwen. Dit werd op 18 oktober 2012 bekendgemaakt.
De leiding over het project zou volgens een verslag door persbureau ANI een monnik met de naam Thainthuc zijn.

Mogelijk is hier een posthuum initiatief uit naam van de op 26 november 2011 overleden Thich Thanh Tu, die vice-voorzitter was van de Vietnam Buddhist Sangha's Executive Council.
Het is heel gebruikelijk dat enige tijd na het overlijden van iemand met enige status nog werkzaamheden in zijn naam worden verricht. Dit met het morele verdienste vergaren, resp. verdienste (Skr.: punya) overdragen als achtergrond en basis.

Op een niet meer online zijnd zagen we dat Thich Than Tu ergens in het park werd begroet door een monnik met een staf in de hand. Veel grotere mahāyāna, resp. zengemeenschappen hebben een of meerdere monialen die de rest van hun leven wijden aan meditatie alleen. Ze doen niet mee aan de dagelijkse liturgie, en vertonen zich zelden in het openbaar. We zien hoe beiden elkaar met respect benaderen. Bovendien is het opmerkelijk dat de Vietnamese boeddhistische gemeenschap, zo relatief kort na de oorlog, en na zo'n anti-religieuze maoïstische periode ook wat dit betreft de draad weer heeft weten oppakken. De film is opgenomen in een Truc Lam klooster. Zie hierboven.

We zien tegen het eind van de film dat de monialengemeenschap formeel respect betuigt aan de gast. Dat betekent dat men zich voor de duur van zijn verblijf onder zijn gezag stelt. Het is dan echter al avond, en aangenomen mag worden dat de gast nog diezelfde avond of de volgende ochtend terug zal gaan naar zijn eigen tempel. Het overdragen van de tempelleiding is daarmee een formeel gebaar — dat doe je nu eenmaal — maar heeft geen praktische consequenties. Pas wanneer een zittend abt de idee heeft dat er voor de gemeenschap voordeel zit in overname door de bezoeker, bijvoorbeeld omdat hij oud is en geen opvolger heeft weten te vinden, dan zal de overdracht op een eerder moment van de dag plaatsvinden, en zal de gast ook langer blijven om door zijn aanwezigheid — niet in woord, maar in daad — van zijn abtschap te getuigen tegenover de rest van de gemeenschap.

Deze daad van formeel en min of meer zwijgend de leiding overdragen komen we tegen in de verschillende verhalen waarin zenmeesters, c.q. abten uit het vroege chinese zen (chan) worden behandeld. Ook het vietnamese zen heeft zijn wortels in China.
Er is in die verhalen dan sprake van "woordloos" de leiding overdragen aan een opvolger: beiden weten hoe de hazen lopen, de gemeenschap komt er te gelegener tijd achter wanneer op een dag een nieuwe abt op de hoge zetel van de Dharma plaatsneemt. Het legt op beiden, de afscheid nemende abt en degeen die zijn taak overneemt, een grote verantwoordelijkheid. Ofwel de gemeenschap legt zich middels de getoonde geknielde buiging neer bij de overdracht, ofwel een tempelgemeenschap kan op een enkele dag teruglopen van enkele tientallen of honderden naar nul of een handjevol. De monialen hebben de keus: ofwel ze accepteren de nieuwe leiding, ofwel ze trekken naar elders. Dat behoeft geen toestemming of uitleg.



Het Hòa Hào en de UBCV
mei 2020
Het Hòa Hào
In Vietnam zijn zowel de Hòa Hào als de Unified Buddhist Church of Vietnam (UBCV) door de overheid "aangepakt". De eerste is hervormd, en de laatste werd zodanig geobstrueerd in zijn bestuursvorming dat ze, althans in Vietnam, uitgestorven lijkt.
Over de Hòa Hào heeft Keat Gin Ooi een stuk opgenomen in zijn Southeast Asia: A Historical Encyclopedia; from Angkor Wat to East Timor (p. 603 e.v.).
Zoals elders vinden we ook hier dat Huynh Phu So, de stichter van het Hòa Hào een eigen "boeddhistisch canoniek" werk heeft geschreven, de Sam Giang (Orakels).
Wat we voor het lezen van het stuk in Keat Gin Ooi's boek niet wisten is dat Huynh Phu So voortborduurde op de indigene Buu Son Ky Huong-traditie die d'r ook een "Levende Boeddha" (formeel, in 't Tibetaans: rínpoche) op na hield. Over deze filosofie heeft Huynh Phu So wat boeddhisme gestrooid, zoals anderen dat ook doen, en heeft het gevestigd als een anti-monastieke beweging met de vier "Debts of Gratitude" (Vietn.: Tu An) die het chinese mahāyāna-boeddhisme ook kent: dankbaarheid jegens ouders en voorouders, jegens het Drievoudig Juweel (Boeddha, Dharma, Gemeenschap), jegens landgenoten en de mensheid, en jegens het vaderland.

Dat heeft niet geholpen. De vietnamese overheid heeft het volumineuze Sam Giang (Orakels) met meer dan de helft ingekort — waarbij het deel over de onsterfelijkheid van Huynh Phu So alsmede zijn woorden over de politieke toestand van zijn land in de jaren voorafgaand aan 1947 zijn verdwenen. Onder die sterk gekrompen vlag, en onder toezicht van diezelfde overheid mag het Hòa Hào voortbestaan. En jaarlijks bij de herdenkingsdag voor de stichter krijgen ze bezoek van overheidsfunctionarissen die nog eens nadruk leggen op het dankbaarheid jegens de natie.

Het naar de VS uitgeweken deel van het Hòa Hào bestaat anno 2020 nog, althans met een online presentie, hoewel er na 2010 geen activiteiten meer te melden lijken te zijn.
mei 2020
De UBCV
In 1977, toen de vietnamese overheid de religieuze bewegingen in het land onder nationale leiding wilde stellen, kwam de UBCV (Unified Buddhist Church of Vietnam) daar tegen in opstand. Ze wilden geen overheidsinmenging. Dit heeft er toe geleid dat de abt-leider Thich Huyen Quang in een 8 december 1978-proces werd veroordeeld en onder huisarest werd geplaatst, samen met zijn ondervoorzitter Thich Quang Do. De monnik Thich Don Hau, een voormalige overheidsambtenaar, heeft in deze episode een belangrijke rol gespeeld. Zachary Abuza heeft er aandacht aan besteed in zijn Renovating Politics in Contemporary Vietnam (p.193 e.v.). Bijvoorbeeld, de uitbundig gemediatiseerde zelfverbranding van de monnik Thich Dau Quang Do, in 1993, vond plaats voor de graftombe van Thich Don Hau.

Een twitterbericht van 28 februari 2020 meldt het overlijden van Thich Quang Do, een dag eerder. De monnik's laatste verblijfplaats was Saigon. Hij werd 93, zo meldde het Vietnam Committee on Human Rights.
Begin 2020 werd vanuit de VS gemeld dat een tempel, die waarschijnlijk de UBCV-lijn volgde was gesloten. (Oud-)bestuurders waren niet aanwezig voor commentaar. Verder nieuws over de UBCV kwam in februari 2020 vanuit Japan. Het lijkt dat ook deze boeddhistische lijn in Vietnam zelf uitgestorven is.






Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme