Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






KSITIGARBHA BODHISATTVA

Ksiiti-garbha heet in het Chinees Dizang (dii-dzang), in het Koreaans Jijang (djii-djang) en in het Japans Jizo (djii-zo). Er wordt gezegd dat hij de laatste van de grote bodhisattvas is. Afbeeldingen van Ksitigarbha zien er enigszins anders uit dan die van andere bodhisattvas. Over het algemeen zien we op bodhisattva-afbeeldingen figuren met lang haar en fantasierijke kleding. Ksitigarbha daarentegen wordt voorgesteld als een monnik met kaal hoofd en de monnikspij.
Ksitigarbha, ofwel Dizang, is in de chinees-boeddhistische traditie de enige die een lange staf draagt met rinkelbellen om de wilde dieren af te schrikken die hij op zijn tocht doorheen de wildernis kan tegenkomen. Het dragen van die staf is overigens niet chinees van origine. In de avadāna-literatuur die naar het Newari (Nepalees) is gecopieerd, resp. vertaald, en die ontstaan moet zijn rond en in de stad Sravastī (Skr.) of Savatthī (Pāli) in de huidige noordindiase deelstaat Uttar Pradesh, komen we er een verhaal over tegen. Laten we de legende even terzijde dan zien we daarin (Av. Śat. xxix) dat een tuinman Boeddha zo'n staf (khàkkara) ten geschenke gaf. En omdat je een Boeddha niet zomaar een stevige tak geeft, moet het een mooi versierde zijn geweest.
De chinese monnik (m/v), althans de in die traditie ingetredene, die in die traditie de hogere wijding op zich neemt mag zo'n staf dragen, ten teken dat z/hij de wereld intrekt om de dharma te verspreiden.

       Welnu, het verhaal gaat dat een monnik ofwel uit Korea, ofwel uit Thailand naar de Negen Bloemen Bergen-streek in Yünnan(1) reisde waar hij van de plaatselijke vorst een lapje grond kreeg net genoeg om een hut op te bouwen. Daar mediteerde de monnik voor zeventig jaren, en al die tijd had hij een wit hondje aan zijn zijde. Hij legde de gelofte af dat hij na zijn overlijden naar de lagere regionen zou afdalen om daar de wezens te helpen uit die ongelukkige situatie te komen. Zijn gelofte hield ook in dat hij niet terug naar de aarde zou komen voor het laatste wezen daar beneden gered zou zijn. Na zijn overlijden opende zich de bodem en daalde hij daadwerkelijk af. Er wordt ook gezegd dat er een heerlijke geur uit de aarde opsteeg, en dat het gat daarna als vanzelf weer sloot.

Er zijn ook in Korea een aantal tempels die aan deze bodhisattva zijn gewijd, en de zoon van koning Seongdeok (ongev.: sjong djok) die leefde ten tijde van het Verenigd Shilla-koninkrijk en regeerde tussen 702 en 737, Kim Gyo-Gak, of Gim Gyo-Gak is als monnik bekend komen te staan als Jijang.
In Korea heet hij Dzii-dzjang (schrijf: Chi-jang). Het hier getoonde beeld werd gemaakt tijdens de Goryeo-dynastie die liep van 918 tot 1392. We zien hier hoe de maker de rinkelstaf heeft begrepen als een soort lotus op lange stengel. En wat doet een tempelgemeenschap dan wanneer zo'n beeld wordt afgeleverd? Terugsturen? Nee, hartelijk dank zeggen voor de moeite, eens diep doorademen, en het dan maar ergens neerzetten.

Omdat deze Bodhisattva zo'n onvoorstelbaar voornemen had opgevat wordt hij de Bodhisattva van Grote Geloften genoemd.
Met name de Lokòttara-vāda, de Weg van het Bovenwereldse, een Kleine Voertuig-traditie die rond de tweede eeuw nC vooral groot werd in de vlakten van Afghanistan, en verder in andere delen van India, met name in Bengalen nog tot de tiende eeuw voortleefde, had in zijn practisch-theoretische verhandelingen over de rol van de weldoende bodhisattva de volgende regel: "de bodhisattvas worden uit vrije wil in onderwereldse oorden (dúrgati) wedergeboren om daar de wezens (sattva) te perfectioneren."
Dat is de wens van de mens die zich op deze taak focust. Of hij ook inderdaad na dit leven in een onderwerelds bestaan weldoend rondgaat is in het geheel niet zeker. In ieder geval zal hij of zij er in dit leven al een voorproefje op nemen, en dat is nu juist de bedoeling van dergelijke aan zichzelf verstrekte opdrachten. Boeddha en zijn verlichtte navolgers kenden de inclinaties van de mens, en nutten die kennis uit voor het goede doel.
(1) Zie ook de schriftsoortenpagina, het hoofdje 'Het Tai-Lue'.
Ksitigarbha in Japan
In Japan is de nadruk op de Ksitigarbha-gedachte - Ksitgarbha wordt daar, zie boven, [d]Jizo genoemd - vooral komen te liggen op zijn reddende werkzaamheid naar de overledenen toe, en met name naar overleden, ongeboren, kinderen en zeelieden. In dat eerste aspect is Jizo vooral een bodhisattva voor vrouwen geworden. In het jaar 1021 nam een dame uit de Fujiwara-clan, Minamoto no Rinshi, toevlucht tot het Drievoudig Juweel. Daarin volgde ze haar echtgenoot Fujiwara no Michinaga. Ze liet een kleine sub-tempel bouwen op het terrein van de tempel die in opdracht van haar man was gebouwd, de Muryoju-in, gewijd aan Amitābha Boeddha, of Amáid zoals het in het Japans heet. Die kleine tempel werd de Saihoku-in genoemd. Op het hoofdaltaar stond een Amidá-beeld van ca 90 cm hoog, en het werd - zo veronderstelt men - geflankeerd door aan de ene zijde een beeld van Jizo, en aan de andere zijde Ryu-[d]ju, de 1ste/2de eeuwse Indiase monnik Nāgārjuna.
Er wordt voorzichtig heengestapt om de vraag wanneer Jizo voor het eerst in Japan bekend werd en enige status kreeg, maar het feit dat deze dame een plaats voor hem inruimde op haar altaar is wellicht de start geweest voor de diepe verering van Jizo/Ksitigarbha in Japan.





Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme