De essentie van de leerrede over
de kenmerken van
het niet-zelf


Anatta-lakkhana




Wat hier in kleur is weergegeven is een zo correct mogelijke weergave van de Pāli-tekst zoals die voorkomt in de verzameling de Sutta Nipāta (22.59), naar aangenomen wordt de oudste collectie redes die Boeddha uitsprak.
Het zou volgens de overlevering de tweede verhandeling zijn geweest die Boeddha uitsprak ten overstaan van zijn eerste vijf volgelingen/mede-monniken. De eerste is de Dhammacakkappavattana Sutta, althans wanneer we de tekst overslaan die vooral in Birma/Myanmar herinnerd wordt, die waarin een niet-menselijke krijger weliswaar aanwezig is bij Boeddha's uiteenzetting maar zo in gedachten bij een strijdmakker elders is dat hij eigenlijk geen woord meekrijgt van wat er gezegd wordt — een bekend fenomeen.

Alle boeddhistische stromingen hebben ieder op eigen manier de vroege "Anàtta-làkkhana sutta (soetta: leerrede)" herhaald, vandaag bekend in de taal het Pāli.

Die woorden over de vier kenmerken van het niet-zelf gaan dan als volgt, met daarbij een enigszins hedendaagse verklaring van hoe we ze kunnen verstaan:

Rūpa (lichamelijkheid) is 'an-atta' (niet-zelf). ―― [Ik kan niet zeggen 'ik ga langer zijn, of korter.']
Vedaná (ondervinding) is niet-zelf. ―― [Ik kan niet zeggen 'ik ga nooit meer kou of hitte voelen.']
Sañña (perceptie) is niet-zelf. ―― [Ik kan niet zeggen 'ik zal mist of felle zonneschijn niet ervaren.']
Sankhára (handelingen) zijn niet-zelf. ―― [Ik kan niet zeggen 'wat ik ook doe, dat is mijn hele wezen, dat ben ik.' Dit laatste is een afwijzen van het fatalisme — niks aan te doen; zo ben ik nu eenmaal — dat werd verkondigd door een van de asceten uit Boeddha's tijd.]





Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme