|
|
Een kleine correctie en een paar terzijdes
McCannon
maakte weinig fouten, met uitzondering van het "Chintamini" en het op p.262 "Geshe Rinpoche"— zie hieronder. Zouden we het "Chintamini" letterlijk vertalen met een combinatie van twee taalsystemen, dan zouden we het over een "mini-gedachtje" kunnen hebben. Dat moet uiteraard "cinta-máni" zijn (spr.: dzjienta-), het "geestjuweel" waar het Himalaya-boeddhisme vol van is, een summum bonum.
Nicholas Roerich, die aan archeologie had gedaan, was er van overtuigd dat het een echt voorwerp was; "recentelijk", zo lezen we, "was er een fragment van aan het daglicht gekomen". Wanneer hij weer eens in Parijs was, dan zouden niet met name genoemde "gezanten" (van wie?) het hem overhandigen. (ibid p.246)
Uiteindelijk arriveerde er aan de balie van het hotel een pakje met een stukje wit meteoriet (ibid p.253); dat was het dan, dat zou onder het fundament van het hoofdgebouw in de boeddhistische stad Zvenigorod ingebracht worden. Dat was het plan, en boven die stad zou een witte kerk uittorenen.
En toch werd na Roerich's crematie de steen op de plaats waar de as was uitgestrooid op 15 december 1947 voorzien van een titel en naam: Maharishi Nicholas Roerich. "Maharishi", niet minder!
Op p. 463 in McCannons werk komen we de mededeling tegen dat "The Maha-Bodhi Journal of the Maha-Bodhi Society" (uitgegeven door de bengali-afdeling van het boeddhisme in India — doorgaans theravāda-georiënteerd, maar hier vertegenwoordigd door iemand die het mahāyāna gezind is gezien zijn/haar gebruik van de benaming van "bodhisattva" in de mahāyānistische zin van het woord) een artikel over de schilder had gepubliceerd. En inderdaad komen we in een Mahabodhi-uitgave van 1937 een stuk tegen van de hand van een zekere E.W. onder de titel Nicholas Roerich, the great artist and thinker."
We lezen passages zoals "Zulke grote universele persoonlijkheden als Roerich bewandelen het Pad van de Bodhisattva van de hoogste orde, als absoluut licht van deze eeuw."
De schrijver/schrijfster erkent dat Roerich zich bezig houdt met alle religieus-filosofische systemen die hij maar bedenken kon, maar lijkt toch tot de conclusie te komen dat hier een goede boeddhist was. En ook hier hebben we een auteur, d.w.z. E.W., die het heeft over "Chintamini", dus zo ingevoerd in het mahā-/vajrayāna-boeddhisme was E.W. dan ook weer niet.
Ook Kálidas Nag (ibid p.481) had warme woorden voor Roerich. De Bengali Nag was enige tijd hoofdredacteur van genoemde "Maha-Bodhi Journal. Ook publiceerde hij in The Aryan Path, met name in 1935: "Buddha and Buddhism". Vanuit Rabíndranath Tagore's Santinikétan, dus als acoliet van Tagore, zond hij een ongedateerde groet aan Nicholas Roerich.
We moeten daarbij bedenken dat de kennis van de engelse taal in India nog niet erg wijd verspreid was, ondanks de britse aanwezigheid. Slechts kinderen uit gegoede milieus volgden engelstalig onderwijs, en onder hen zullen er in die jaren weinig geweest zijn die openlijk het boeddhisme aanhingen; daar was wat moed, en waren goede betrekkingen in 'hogere kringen' voor nodig. Wie dus ook maar een ietsje sympathie kon opbrengen voor Buddha en zijn leer zal gevraagd zijn geweest bij te dragen aan bladen als de Mahabodhi Journal. Tot lang daarna gold het adagium dat we van relatieve buitenstaanders konden leren: hoe ze er tegen aan keken, en welke onderwerpen we dus waat meer moesten aanzetten om ze heelhuids aan de andere kant te krijgen.
Een ander foutje,
waarschijnlijk als gevolg van niet dubbel-checken van door haarzelf aangeleverde verhalen betreft de Française Alexandra David-Néel (ibid p. 263). Alexandra deed het voorkomen alsof ze gestudeerd had aan Tashi-lhunpo in Tibet, en dat de (9e) panchen lama haar lama had gemaakt.
Dat is bezijden de waarheid. Alexandra heeft zich in de buurt van Lhasa in een onverwarmde hut schuil gehouden, in gezelschap van een jonge lama die ze haar zoon noemde, en moest vluchten toen de bevolking er achter kwam dat er een vreemdelinge in hun midden verkeerde. Alexandra heeft meer over boeddhisme geleerd in franse bibliotheken dan in Tibet zelf, met uitzondering wellicht van wat ze in Sikkim aan informatie had meegekregen.
verder
|
|
|
| |
|
|
|
Nieuws over Boeddhisme is een productie van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme.
De paginas bestaan sinds december 2004.
|
Stichting onder nummer 20138036.
|
| |