Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






DEEL 3
PAKISTAN - TAKHTBAI-SITE




Takhtbhai wordt ook wel gespeld als Takht-e-Bahi of Takht-i-Bahi.

20 juli 2020
Een voorspellende droom kwam uit, of komt uit als de pakistaanse overheden niet snel ingrijpen.

Ateet Sharma van Dai-dji World c.q. IANS, van 18 juli (onbekend is hoe lang dit verhaal online zal blijven staan) was nog het meest uitgebreid over de mogelijke of waarschijnlijke ondergang van Takht-i-Bahi (Throne of Origins). In opdracht van "radikale maulvis" (mollahs of mullahs) worden de archeologische restanten van de bouwwerken, en zeker van boeddhabeelden aan gort geslagen. Tenminste een video toont die witgekleedden, die aan hun "school" niets anders te leren krijgen dan het opdreunen van de koran in een arabisch dat ze niet kunnen lezen, niet verstaan, en niet uitgelegd krijgen, die aan burgers die hen moeten vergezellen opdrachten uitdelen: "(als je het niet doet dan) verlies je je imaan (geloof), en je nikah (huwelijk) zal dan ook ongeldig verklaard worden."
De Khyber Pakhtunkhwa (zo heet de provincie) archeologische dienst stond er bij en keek er naar, zo meldde Atiit op genoemde 18de juli 2020.
Het kan zijn dat de onderstaande berichten verhalen uit een tijd worden waar geen spoor meer van te vinden zal zijn.

Dat gezegd zijnde werden een dag later vier personen gearresteerd die hier hun vlijt tentoon hadden gespreid.

Imran Khan, de Premier van Pakistan, houdt nog toespraken waarin hij zegt dat de minderheden beschermd moeten worden, maar het lijkt er op dat niemand nog naar hem luistert: er lijkt een alomheersende anarchie te zijn ingetreden. Radikalinskis onder de imams/mollahs trekken zich nergens meer iets van aan, hebben hun geduld verloren (de wereld wil maar niet islamitisch worden) en hanteren openlijk en bedekt geweld jegens alles waar ze wat tegen hebben. Dat komen we nergens anders dan in die religie tegen, ook al hebben met name Nederland en België in Nieuw-Guinea en Kongo nog tot in de 60-er jaren van de vorige eeuw streken uitgehaald, met goedkeuring van zendelingen en missionarissen, waar we vlak voor het slapen gaan liever niet aan herinnerd willen worden.
Daaraan voorafgaand
Het Pakistaanse The News van 15 juni 2008 meldde dat de monnik van de Japanse en Koreaanse overheden het nieuws had meegekregen dat beide landen bereid zijn het beheer over deze historische site te financieren. Daarover waren op dat moment al officiële besprekingen gaande tussen de drie betrokken overheden meldde de krant.
De ismalitische geestelijke, de Masjid Mahabat Khan Khateeb, zei tijdens diezelfde persconferentie dat de boeddhistische gemeenschap nauw met de moslims zou moeten samenwerken om vrede te bewerkstellingen; islam onderwijst vrede en tolerantie, zei hij.

In februari 2008 was de conservering van onderandere Takhtbhai ook al onderwerp van gesprek tussen Thaise en Pakistaanse overheden. Dit kondigde The Dawn van 28 december 2007 aan.
Het klooster zou dateren van ca de tweede eeuw. De Chinese pelgrim Song Yun maakte er melding van in zijn reisverslag. Hij maakte melding van stenen beelden die met goud waren bedekt. Song Yun, die in Dunhuang, de toenmalige meest westelijke Chinese grensplaats was geboren, stak in het jaar 518 de Pamir-passen over. Hij bracht van zijn pelgrimage 175 manuscripten mee terug naar het hof van Wei waar de keizerin-weduwe Hu ze in ontvangst nam.

Begin juni 2013 kwamen er verdere berichten over een andere site in de Swat-vallei. Onder de titel "illegale opgravingen en overheidsapathie" liet Fazal Khaliq van de pakistaanse krant de Express op 3 juni weten dat het antieke erfgoed in de Swat-vallei snel aan het verdwijnen is.
Hij heeft het dan met name over een site genaamd Kanjar Kotey, ook wel Kanderai, waar smokkelaars/antiekrovers loswrikken wat niet helemaal vastzit.
Zijn fotos tonen de restanten van grote en kleine vihāra, huizen, waterputten enzomeer. De Kanderai-site dateert van waarschijnlijk de 3de/4de eeuw en heeft voor wat betreft materialen en restanten van bouwstijl wat weg van Takht Bhai, hoewel minstens een eeuw jonger. Sinds het verschijnen van de eerste berichten over Takht Bhai in deze White Jade River-collectie is er een wiki-pagina gemaakt over de daar genoemde monnik Song Yün. Wat er in de ca 175 teksten stond die Song Yün mee terug bracht naar het hof van de Noordelijke Wei weten we niet. Wel weten we dat de keizerin in wier opdracht hij werkte door Fazang fazi werd onderricht in de uiteindelijke eenderheid van vorm en substantie, of, plat gezegd, in de eenderheid van het basismateriaal en wat er uit gemaakt is. Was de Avatámsaka soetra, geheel of gedeeltelijk, een van de teksten in het mandje op Song Yün's rug?

In de buurt van Takhtbhai liggen de restanten van een stūpa en een sanghārama, een zaal van samenkomst of ook een klooster die gebouwd waren in opdracht van de indiase koning-keizer Asoka, 304 - 232 vC. In 1871 vond de britse segeant Wilcher een groot aantal beeldjes te Takhtbhai.
Meer afbeeldingen en een engelstalig tekstje zijn te vinden onder: http://pakistaniat.com/2007/04/25/pakistan--takht-i-e-bahi-bhai-buddhist-topi-Gandhāra-mardan-unesco-world-heritage/









Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme