Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






BOEKDRUKKUNST EN SCHRIFTSOORTEN

DE INVLOED VAN HET BOEDDHISME



Klik naar de volgende bijdragen:






Aan een beschouwing over het "Mágadhi", de taal waarin onze historische Boeddha gesproken zou hebben, kunnen niet al te veel woorden gewijd worden; er wordt nog te zeer over gediscussieerd of het wel ... of het niet.
Wat we vinden in "Cultural contours of tribal Bihar" (Dr. L.P.Vidhyarth, Calcutta 1964) is dat — in het nederlands — het Magadees nog slechts een minderheidstaal in de indiase deelstaat Bihar was (aantekening rechts onderaan), maar dan wel een voor wat we vandaag de "upper lower class" zouden noemen. Vidhyarth zegt er niet alleen van dat in die taal de s werd vervangen door sh, maar dat ook aan het eind van een vraag een "re" wordt uitgesproken hetgeen in andere dialecten alleen wordt gebruikt wanneer jongeren of "lageren" worden aangesproken.
Als een consequentie van het al te volks vinden van deze taal, of van dit dialect in de terminologie van de 21ste eeuw, zo mogen we aannemen, hebben de "hogere" strata van de samenleving zich in de loop van de tijd afgewend van het Magadhi, en dus ook van de manuscripten die in die taal geschreven werden, waaronder (een deel van) de boeddhistische canon. En dat is wellicht mede een verklaring voor het verdwijnen van boeddhisme uit India (tot laat 19de eeuw).
Als humoristische noot mogen we er aan toe voegen dat Vidhyarth niet nalaat te vermelden dat er een "bijbelvertaling" in het Mágadhi verscheen.


Herintroductie Sanskriet als recitatie-taal

Een toenmalige kármapa van het tibetaanse kàgyu-boeddhisme, Ogyen Trinley Dorje, heeft in 2010 opdracht gegeven om twee Sanskrietteksten op muziek te laten zetten om deze te gebruiken tijdens de ochtendrecitatie. In december 2011 werd gemeld dat het werk gereed was. Persbureau IANS had het over "two dohas which were performed by Nanda Kumar".

Dohas zijn dan gewijde coupletten die ooit geschreven werden door Indiase mahā-siddhas, Grote Zieners uit het mahāyāna-boeddhisme, die worden geëerd door de kagyu-stroming van het Himalaya-boeddhisme.
Het ene recitatief is van de hand van Saraha, een maha-mudra-meester, en een ander werd opgetekend door Tilópa, eveneens een voorbeeld binnen de kagyulijn.

Nanda Kumar heeft bij het componeren gebruikt gemaakt van de vorm die charya geeti (spreek: tsjaarja giiti) wordt genoemd, een muzikale traditie uit Bengalen die ooit vandaaruit met muzikanten meereisde naar Mágadha, het koninkrijk in het centrum van noord-India.
Hij voegde er aan toe dat er uit de achtste eeuw twee andere muzikale recitatieve vormen bekend zijn gebleven, de dwipádi en de dwipáthaka. Ze lijken op de doha-maniervan recitatieven zingen. Verder was er nog sprake van vajra-gīti, zangen over de diamant, of ook wel: over of uit het diamanten voertuig, de vajrayāna.

Er kan voor wat betreft de relatie boeddhisme - muziek uit de indiase invloedsfeer gewezen worden naar het eerste hoofdstuk van de Lankāvatāra soetra. Daar staat:

Toen kwam Rāvana, Heer over de Ràkshasas naar de plaats waar de Gezegende was, rijdend in zijn bloemenwagen, vergezeld van zijn personeel. Daar aangekomen stapten Rāvana en zijn manschappen uit. En terwijl ze drie keer om de Gezegende heen liepen, de rechterschouder naar hem toegekeerd, bespeelden ze een muziekinstrument; ze sloegen er op met een drumstick van blauwe Indra (safier). En spelend op een luit die ingelegd was met de beste kwaliteit lapis lazuli, een luit die ze naar een kant over de schouder droegen aan een onbetaalbaar duur lint, geel-wit als (het medicijn gemaakt uit de) Pri-àngu, zongen ze. Hun stemmen harmonieerden fraai met de klank van de fluit en de cadans van de volgende gātha (zang, vers).

Even verder lezen we:

Daarna ging Rāvana over op het Tótaka-ritme (= 12 lettergrepen per regel) dat zich goed leent voor de volgende gātha.

Het 24ste vers van die gāta gaat dan als volgt:

En zo bereikten Rāvana en de anderen, wijze zonen van de Overwinnaar, al zingend en dansend de stad.

Verder zijn er nog een paar woorden over "boeddhistische muziek" in de eerste regels van de Lanka, boek I-3.

Deze nieuwe ontwikeling is van belang omdat, met uitzondering van op een min of meer Sanskriet gebaseerde bepaalde groep mantras, Sanskriet-manuscripten niet meer werden gebruikt binnen het levende boeddhisme, dat wil zeggen, binnen de gewijde gemeenschappen. Wat er uit die taalgroep in omloop is, is voor het merendeel vertaald naar het tibetaans, en soms naar het chinees of een van de andere talen behorend bij het noordelijk boeddhisme.





Drukblokken en het gebruik van losse letters

Een vorm van blokdrukken is gevonden in het Griekenland van rond het jaar 650 waar men met behulp van kleine malletjes de teksten op munten en zegels drukte. Iets dergelijks deed men in Egypte.

De eerste voorbeelden van houtblok-drukken zijn gevonden in China. Al in 105nC werd door een eunuch het papier uitgevonden.(1) Dat schijnt dan pas in de 5de eeuw op te vallen bij de introductie van moerbei-papier. De eerste teksten die daar op werden gedrukt waren de boeddhistische soetras. Tegen de tiende eeuw was de hele collectie aan soetras, 130.000 paginas, met behulp van blokdrukken overgebracht op papier.

Rond het jaar 1040 vond Bi Sheng uit China uit dat je ook losse letters van gebakken klei kunt gebruiken. De geleerde Shen Kuo (1031 - 1095) berichtte er over in een van de papieren die hij zelf op deze manier drukte.

Informatie over een in de stad Kaesong gevonden zetstuk staat op de pagina over de boekdrukkunst in Korea. Het dateert van na 909, maar de exacte datum van vervaardiging is onbekend.
In ca 1450 introduceerde Johannes Gutenberg uit Duitsland het drukken met losse letters.

(1) La bureaucratie céleste, E.Balasz, Galimard 1968, p.74.





Schriftsoorten en boeddhisme

Wild gras

Op 26 juni 2007 gingen een aantal Aziatische kunstvoorwerpen in Hong Kong onder de hamer.
Een van de stukken was een schilderij van Li Keran, gemaakt in 1985, voorstellende de monnik Huái-sǔ (hwaj-soe - heb niet de hoop dat u het correct uitspreekt) uit de Tang-dynastie. De voorstelling van Huáisǔ bezig met op bananenblad een calligrafie neer te zetten ging voor 2,2 miljoen chinees naar een nieuwe eigenaar.

Huáisǔ leefde van 726 tot 785; zijn actieve jaren vielen tussen 714 en 742. Het was Huáisǔ die het schrift gestalte heeft gegeven dat kuáncǎo heet, "wild gras", of ook wel "cursief schrift". De japanse dichter Bashō gebruikte dit schrift voor zijn haiku. Huáisǔ schreef een verhandeling over "wild gras", het "Essay over duizend karakters". Dat "wild gras" niet geschikt was voor lange teksten wordt bewezen door Huáisǔ's autobiografie die in het klassieke schrift is neergepenseeld.
De fransman Ricardo Joppert is aan de Sorbonne afgestudeerd op dit schrift van Huáisǔ, dat van lieverlee speciaal werd aangewend voor het graveren op lakzegels, wat overigens ook gezegd kan worden van het hieronder vermelde Phagspa-schrift.






Khmer-woordenboek gedigitaliseerd


Het cambodjaanse Buddhist Institute heeft het eerste electronische Khmer-woordenboek gratis ter beschikking gesteld. Dat liet de Phnom Penh Post van 15 augustus 2007 weten.
Het daaraan voorafgaande papieren woordenboek werd door de inmiddels overleden Supreme Patriarch Chuon Nath (1883-1969; spreek: dswòn - ongeveer) samengesteld. Deze versie is nu in digitale vorm in te zien. De directeur van het Buddhist Institute hoopt dat op deze manier de studenten de connectie met de oude Khmer-taal niet helemaal kwijt zullen raken.
Wie een gratis kopie wil hebben moet zelf met een blanco CD naar het instituut komen om het geheel te laten inbranden.
Het nieuwe woordenboek bevat 18.003 woorden. Er wordt nu gedacht aan een versie die op de nieuwste generatie mobieltjes past.

De hier genoemde Supreme Patriarch was het ook die de twee volksliederen van Cambodja schreef, de "Nokor Reach" en de "Sàvada Khmer."





De taal van Bhutan


Op 10 september 2007 meldde de bhutanese pers dat de nationale taal, het Dzongkha, dat inmiddels geschikt is gemaakt voor computergebruik, niet langer alleen maar gehanteerd kan worden op computersystemen binnen de grenzen van Bhutan, maar nu ook beschikbaar is op het Wereld Wijde Web.

Het enige waar nog aan gewerkt moet worden, zegt Robert R. Chilton van Microsoft, is het uitwerken van een www-beschikbare grammatica en een spell-check. Chilton heeft een Masters in Indo-tibetaanse religie en literatuur.

In 2000 verschenen drie Dzongkha-woordenboeken. Dzongkha is de taal van Bhutan. De taal is verwant aan het tibetaans.
Bronnen melden dat de eerste teksten die geschreven werden in Dzongkha uit de zeventiende eeuw stammen. Er wordt op gewezen dat Dzongkha een samensmelting is van een aantal dialecten. In 1961 werd de taal voor het eerst gesystematiseerd en gemoderniseerd. In datzelfde jaar werd Dzongkha de nationale taal die iedereen moest kennen. Dat leidde ook de ontwikkeling van een grammatica en tekstboeken in Dzongkha. Een eerste Dzongkha handboek verscheen in 1971. De eerste Dzongkha-grammatica werd al in 1955 samengesteld door dominee Ralph Hofrenning.

Daarna ging de verdere ontwikkeling van de taal wat sneller, onderandere door de publicatie van een Dzongkha-Engels woordenboek door de Don Bosco scholengemeenschap. In 1971 schreven Lt Rinchen Tshering en Maj A. Daityar een Romeins alfabet van de taal, en in 1990 verscheen een handboek voor de uitspraak van Dzongkha van de hand van Imaeda Yoshiro en Dzongkha Rabsel Lamzang.

In 2003 werd de taal geïntegreerd in het Windows-programma met fonts voor 4.500 letters, karakters, en religieuze symbolen. De fonts werden ontworpen door monniken en bhutanese kaligrafen.
De Dzongkha Development Commission en Microsoft werden daarbij bijgestaan door de Orient Foundation uit de UK, en voor het overgrote deel gefinancierd door de Swiss Development Corporation. De Orient Foundation is gespecialiseerd in het bouwen van omgevingen voor multimediale applicaties en digitale bibliotheken bedoeld voor het opslaan van teksten uit het mahāyāna-boeddhisme.
De laatste sets Dzongkha-karakters die aan het Microsoft-pakket werden toegevoegd waren de drilbu, dorji en norbu karakter-typen die veelvuldig worden gebruikt in religieuze teksten en symbolen.
December 2013
De regering van Bhutan heeft aangekondigd dat er een gestandaardiseerde spelling komt van het dzongkha. Dat werd op 3 december 2013 bekendgemaakt. De standaardisering is afgesproken tussen een aantal krantenredacteuren en functionarissen die het dzongkha in hun takenpakket hebben.


augustus 2015
De German Bhutan Himalaya Society heeft de fondsen vrijgemaakt die het in Bhutan mogelijk gaan maken voor de eerste fase van een drie-jarenproject waarbij de National Library and Archives of Bhutan (NLAB) de traditionele kaligrafie, xylografie en (blok)drukken te gaan archiveren, verder digitaliseren, beschrijven en bestuderen. Zo meldde Kuensel dat.
Een eerste digitaliseringsfase met 140.000 manuscripten is inmiddels afgewerkt onder leiding van Gregor Verhufen. Dit is een parallel-project dat in het jaar 2000 werd aangevangen.
Een bijkomende mededeling was dat het script Mgyogs yig (jo-yig) ooit in Bhutan werd geïntroduceerd door Padma-sambhva (2de kolom, 2de blok), en wel tijdens zijn tweede bezoek aan het land.



Het Tochaars

Er is in het nederlands een goede informatieve pagina over de taal die het Tochaars heet (nl.wikipedia.org/wiki/Tochaars).
De voorlaatste dag van januari 2008 liet de "Salon Daily" weten dat een chinese specialist in deze taal door de indiase overheid gelauwerd was geworden en van dan af drager werd van de "Padma Bushan award". De op dat moment 97-jarige Ji Xianlin studeerde ooit in Göttingen af onder een van de andere Tochaar-specialisten Siel, maar was voordien al bezig geweest met het naar het Chinees vertalen van Tochaarse documenten die door archeologen waren verzameld. Dat leverde hem in 2006 een onderscheiding door de Chinese overheid op.
Een van de door Ji (djie) naar het Chinees vertaalde manuscripten is de Maitreya-sāmiti-Nātaka, een mahāyāna-vertelling over geboorte en leven van de komende Boeddha Maitreya. Ji Xianlin overleed in 2009.



James Prinseps, ontcijferaar van kharosthi en brahmi

20 augustus 2018
Geen idee of oriëntalist James Prinsep (20 August 1799 - 22 April 1840) in 1834 een wat al te rooskleurig beeld gaf van de ghat te Benares (India), de plaatsen waar de mens in de rivier kan afdalen om naar hinduïstisch gebruik middels een wassing ook innerlijk weer schoon te worden. Wat we vandaag zien van die ghat lijkt in de verste verte niet meer op Prinsep's litho.
Wat we wel moeten onthouden dat het deze oriëntalist is geweest die de code van de schriftsoorten kharosthi en brahmi heeft gekraakt. Beide schriftsoorten werden ooit op grote schaal gebruikt om boeddhistische (mahāyāna) manuscripten neer te pennen. Althans, het zijn dergelijke manuscripten die na eeuwen terug werden gevonden langs de oude Zijderoute.








Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme