Uit het archief van www.buddha-dharma.nl






Verzamelblad over Boeddha







Prof. R. Choudhary in zijn "The History of Bihar" (1958, p.15) merkt op dat de staat waarin Boeddha geboren werd, en het volk dat vervolgens die naam kreeg, of omgekeerd, niet van "Aryan origine" was, dat noch de "Hindu Vedas, noch Manu (de Manu smrti) gewag maken van Màgadha (het huidige Bihar) als een natie of een volk". Hij zegt: "Màgadha belonged to the Munda, (a) non-Aryan group." (Màgadha behoorde tot de Munda, een niet-arische bevolkingsgroep.)
Voor Boeddha was, in zijn dagen, een nieuwe tijd ingegaan. Het volk hoefde geen eerbiedige vrees meer te beleven jegens gepersonificeerde elementen als water en vuur. De overstromingen en mega-bosbranden die hele bevolkingsgroepen uit de streken rond het huidige Delhi oostwaarts jaagden waren achter de rug, terwijl toch de nieuw-aangekomenen in het Màgadha van die tijd fysieke en metale zekerheid probeerde te vinden of te houden met behulp van vedische voorschriften, zoals het niet samen eten met andere bevolkingsgroepen, en het niet "buiten je stand" (c.q. met vreemdelingen) huwen.

Uit min of meer geschiedkundige werken leren we dat bij de influx van volkeren uit genoemde overstromingsgebieden, ook voortgejaagd door enorme bosbranden, Màgadha bevolkt, zo niet overbevolkt raakte met de vedas en de vroegste upanishads aanhangende immigranten die sommige gezeten bevolkingsgroepen hebben doen verdwijnen, en andere dan weer niet. Zo is er sprake van volkeren als de Dasa en de Pani die na aanvankelijk tot slaaf te zijn gemaakt, verder niet meer in de geschiedenis voorkomen, opgenomen als ze zullen zijn geweest in andere bevolkingslagen. Boeddha's voorvaderen echter — mogen we er van uitgaan dat het grosso modo "Magadhezen" waren — hebben stand gehouden en zijn zelfs voor lange tijd de dominante cultuur gebleven. Dan spreken we in het geval van Boeddha's vader-stamlijn over de Sakya (saakja), en van moederzijde waren dit de Koliyas (kooljas). Er zullen meer stammen zijn geweest die de betiteling niet-vedisch verdienden.
Uit deze bevolkingsgroepen voortgekomen Gáutama (of Gótama) Boeddha zag de noodzaak in om een nog steeds in beweging zijnde bevolking te onderwijzen over wat we in de 21ste eeuw "nation-building" noemen, met dien verstande dat hij er de nadruk op legde dat de individuele mens zich zelf moet bevrijden en zich als middel daartoe moet toeleggen op succesvol burgerdom, een goede burger zijn.

In die tussentijd leefden de verschillende levensbeschouwelijke groeperingen naast en door elkaar. Er waren in Màgadha de nieuw-aangekomen brahmanen die hindu zouden worden, er waren de volgelingen van Mahāvīra die zich later jains zouden noemen, en er waren kleinere, veelal strict atheïstische groepen zoals de ājivika (aa djii vika).

Na vele eeuwen is die bevolkingssamenstelling gewijzigd. Nadat het hinduïsme ook in Màgadha/Bihar de meest omvangrijke stroming was geworden, was er een influx van islamisme vanuit Afghanistan en Turkmenistan. Die stroom werd opgevolgd door de komst van de britse kolonisator, gering in aantal, groter in macht dan de gezeten bevolking. In de 21ste eeuw leven opnieuw verschillende stromingen naast elkaar, met dien verstande dat we het boeddhisme in feite alleen nog aantreffen in en rond het tempelcomplex van Bodhgaya en een paar kleinere plaatsen met kleine en veelal onopvallende monialengemeenschappen.


Het is pas in de zevende eeuw westerse jaartelling dat in het zuiden van India de bhakti-beweging op gang komt. Bhakti = devotie; het waren in eerste instantie de Zuid-Indiërs, ook wel Dravidiërs genoemd die deze devotie introduceerden in het brahmaanse vedisme waarin "de goden" nog abstracta waren, en waarin, althans in de Rgveda, het woord "ik", atman (Skr.) nog niet voorkwam.

In de hierop volgende beweging van persoonlijke devotie naar een hindugodheid scheidden de wegen der hindu-gelovigen zich — vanaf dat moment kunnen we pas werkelijk van hinduïsme spreken, en niet langer van brahmanisme. De ene hindustroming vormde zich langs de lijnen van devotie naar hindugod Vishnu (vaisnavisme genoemd), en de andere stroming nam een meer diverse vorm aan met devotie naar Shiva (saivisme genoemd), al dan niet vereenzelvigd met godennamen zoals Krishna en Rama. Vishnu gaat dan in dit geloof vergezeld van 10 avatars (schijngestalten) waaronder Boeddha wordt verondersteld de 9de te zijn, en Shiva krijgt een shakti, een vrouwelijke tegenhanger, sussend "wijsheid" genoemd met wie hij zich in geslachtsgemeenschap verenigt.
Wanneer dan het Himalaya-geloof thankas en andere figuratieve voorstellingen gaat maken van groten — maar niet boeddhas; daarvoor ontbreekt hen toch ook de durf — in innige omstrengeling met hun shakti, dan zijn deze voorstellingen overgenomen uit het hinduïsme, en niet ouder dan de zevende eeuw.

Boeddhisme begon met het leven van Sakyamuni Boeddha die zo'n 550 jaar voor de westerse jaartelling werd geboren in wat nu het zuiden van Nepal is.

Zijn naam was prins Siddhàrtha, de prins "wiens wensen waren vervuld". Als vele anderen in zijn tijd en land gaf hij het gewone leven op en werd een rondtrekkend heilige, op zoek naar het hoogste geluk. Dat geluk vond hij ook, en vanaf die dag werd hij Boeddha genoemd de Ontwaakte, of de Wijze.
In die staat van volledig Ontwaakt of Wijs zijn, vertelde hij zijn volgelingen dat hij "uit het geslacht der Boeddhas stamde." Zo staat het in het geciteerde manuscript. Maar dit moet een latere toevoeging zijn geweest, ook al komen we lijsten tegen van namen van voorgaande Boeddhas waaraan die van de toekomstige is toegevoegd. We moeten die vermelding "Boeddha" zien als in de hiernaast gegeven kolom, als een "wijze", buddh". Dat doet aan de wijsheid van Boeddha niets af, noch aan de aangenomen of veronderstelde "Boeddha-lineage". Waarom zou er geen opeenvolging van wijzen zijn geweest, en waarom zou die lijn niet worden voortgezet? Zou dat niet zo zijn, dan zou dat pas werkelijk treurig zijn!

Sakyamuni Boeddha is de enige Boeddha die gekend en aanvaard wordt door het zuidelijke of Pāli boeddhisme van zuidoost Azië. De noordelijke boeddhistische tradities hebben geschriften die in het Hybrid Sanskriet geschreven zijn (met uitzondering van het Pāli), waarin de namen van vele Boeddhas voorkomen. Deze Boeddhas lopen niet als mens van vlees en bloed over de aarde, maar zijn symbolen van absolute perfectie die de mens als voorbeeld kan nemen. Sakyamuni Boeddha heeft ook gezegd dat alle Boeddhas hetzelfde prediken, maar dat ze dat doen aangepast aan de tijd en plaats, en aan de geneigdheden van hun toehoorders. Dat wil zeggen, aan iemand die een genezer nodig heeft zal Boeddha, of boeddhaschap, verschijnen als de Helende Boeddha, en aan velen die na dit leven niet volkomen uitgeblust (nirōdha) willen zijn verschijnt Boeddha, of Boeddhaschap, als bijvoorbeeld Amitābha Boeddha die verblijft in zijn Reine Land in het Westen.

Er zijn geleerden die per ongeluk het woord Tat hā gatá zien als een Boeddhanaam. Dat is onjuist. Tathāgata is een epitheton, een bijvoegelijk naamwoord. Het betekent zowel "Zo gekomen" (vanuit verlichting), als "Zo gegaan" (richting verlichting). Dit bijvoeglijk naamwoord zien we in samenhang met de naam van Boeddhas die met een hoofdletter worden geschreven, dus vooral Gótama, Gáutama, of Sakja moeni (schrijf: Sakyamuni), maar ook in het geval van andere Boeddhanamen zoals Amitābha, Vai-ró-tsjana (schrijf: Vairocana), Aksó-bhya etc. Wanneer het bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt dan doen we dat als volgt: Boeddha, de Tathāgata (Boeddha, komma, de T...).

De Pāli-geschriften en de Sanskriet-geschriften
De taalkundige verschillen
Zoals gezegd werden de leerredes van het vroege boeddhisme, dat het zuidelijke boeddhisme, de/het theravāda, of het hīnayāna, dat wil zeggen, het Kleine Voertuig wordt genoemd, uiteindelijk opgetekend in de taal die Pāli heet, een van de nu dode talen van het oude India.
De leerredes van het latere boeddhisme dat het noordelijke boeddhisme, of het mahāyāna, dat wil zeggen, het Grote Voertuig, zijn, zoals boven gemeld, opgetekend in een aantal talen waarvan Prakrit/Sanskriet het belangrijkste is. We komen daar ook de talen tegen van langs de Zijderoute, en uiteindelijk zijn er teksten in het chinees, koreaans, japans en tibetaans gekomen.
Grosso modo neemt men aan dat althans een deel van de geschriften, de canon, die bewaard zijn gebleven in het Pāli zijn uitgesproken door Sakyamuni Boeddha zelf. Dat er in de loop van de eeuwen aanvullingen zijn gekomen wordt min of meer bewezen uit vergelijkend onderzoek: de Pāli-canon heeft beduidend meer teksten in de collecties Angúttara Nikāya en Samjútta Nikāya dan de Prakrit/Sanskriet collectie. Bovendien zijn er afwijkingen te constateren in de teksten van beide groepen geschriften.
De Kleine Voertuig-canon van het mahāyāna is de bovengenoemde Āgama.
Het theravāda, de andere hoofdstroming van het boeddhisme richt zich naar de Pāli-teksten.

De commentaren op de Pāli-canon van het theravāda heten tīka, en de vloer van de bovenverdieping van een van de universiteiten die zich bezig houdt met de Pāli-canon, de universiteit van het Srilankaanse Kelániya, buigt door onder het gewicht ervan.
Binnen het mahāyāna ligt de zaak iets complexer. Ook hier wordt woord-research gepleegd, maar vooral wordt er aandacht geschonken aan de betekenis die achter, onder en tussen die woorden schuilt, en waar het denken daarover uiteindelijk toe leidt. Daardoor is de mahāyāna veel radicaler in zijn uitspraken geworden dan de/het theravāda, en is meer gericht op de uispraken van latere leerredes (soetras) meesters dan op de Āgama, die, zij het alleen als concept, en alleen in benaming inspiratie heeft gevonden in de Sanskriet-Āgama van het hinduïsme: "dat wat overgeleverd is".

Akshóbhya Boeddha als voorbeeld van een boeddhisme voor de burgergemeenschap

Top






Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme