Anapana-satí, vipassaná, samathá
Pagina 2: het vipassaná
Inleiding tot de vipassaná-meditatie
In de westerse wereld staat het "ik" front and center: Ik heb het warm, ik heb dorst.
In het Sanskriet, en aan Sanskriet verwante talen zoals het Pāli is er de mogelijkheid het ik weg te halen uit een ervaring, en dus ook uit een zin die deze ervaring omschrijft of weergeeft. Zo gaf in 2011 een Sanskriet-kundige uit India het voorbeeld van "ik lach": ahám hasami. Het is echter ook heel goed mogelijk om dit ik weg te laten en de ervaring er een te laten zijn die op zichzelf beschouwd kan worden: maya hásyate (mijn klemtoonaanduiding), "er wordt gelachen". (Dat gebeurt overal, het is een universele uiting, ik sta daar niet alleen in.)
In die filosofie vindt de echte vipassaná-meditatie plaats, dat wil zeggen, die van personen die deze techniek serieus toepassen met het oog op het uiteindelijke resultaat in de boeddhistische zin van het woord. Zo zal de meditator haar/zijn ervaring "noteren" als, bijvoorbeeld, "ongeduld", en niet als "ik ben ongeduldig".
De vipassaná-techniek is gebaseerd op twee teksten, de een langer dan de ander. De een is de Satipatthāna Sutta (spreek: sati (korte a pattána soetta), ([PTS]MN 10), en de ander is de Mahāsatipatthāna Sutta ([PTS] DN 22). De meeste vertalers/uiteenzetters hanteren de korte tekst, de Satipatthāna Sutta ([PTS]MN 10) omdat de langere tekst een compilatie blijkt te zijn van verschillende fragmenten uit verschillende leerredes, en dus later ontstaan moet zijn dan de korte versie.(1)
Rein de Vries en Frits Koster hebben de lange tekst in een nederlandse vertaling online gezet. Het is niet bekend van welke engelse vertaling Rein en Frits zijn uitgegaan, maar we mogen veronderstellen dat ze de vertaling van de Pāli Text Society (PTS) hebben gehanteerd. De korte versie ([PTS]MN 10) is gebaseerd op een engelstalige versie van de hand van de Srilankaan bhikkhu Soma.
Aan de huidige verwarring over het al dan niet hetzelfde zijn van de Anapanasatisutta en de Satipatthānasutta is niet weinig bijgedragen door de eerdergenoemde Go-ènka die beide teksten heeft vertaald en uitgegeven, ongetwijfeld om adepten van beide technieken aan zich te binden.
Zie voor anapana ook de pagina over Kumārajīva en Daoan.
De techniek van de Satipatthānasutta, c.q. het vipassaná centreert rond het "aan het oppervlak brengen van de vier vormen van aandacht": aandacht op het lichaam, de lichamelijke ondervindingen, het functioneren van het bewustzijn, en mentale objecten zoals voorbijschietende gedachten, gevoelens en herinneringen worden genoemd.
Het "mindfulness-wereldje" lijkt van deze vier alleen de laatste te hebben geadopteerd, gefixeerd als de westerse mens is op wat zich in zijn binnenste, zijn heilige hallen, voordoet.
Houden we ons dan toch bij de originele tekst, bijvoorbeeld de korte bhikkhu Soma-versie, dan eindigt de tekst niet met "nu heeft de meditator alle frustras opgeruimd die zijn huidige geluk in de weg staan", maar met "Er is die ene Weg, monniken, waarop de wezens zuivering (van gemoed) bereiken, waarop ze de ondergang meemaken van leed en ellende, waarop ze het juiste (achtvoudige) Pad bereiken, waarop ze nibbāna bereiken(2). Dat wil zeggen, het is de viervoudige toepassing van aandacht (sati)."
(1) Tenminste het gelug, maar wellicht ook andere Himalaya-stromingen (mahā-, tantra-, en vajra-yāna) zijn het begrip " analytische meditatie" gaan gebruiken. Het is mogelijk dat ze daartoe zijn overgegaan nadat een Zuidaziatische op formele meditatie gerichte monniken-gemeenschap er bewust van was geworden dat hier broeders waren die deze kant van de boeddhistische praktijk nooit hadden geëxploreerd, en dus ook niet zomaar konden pochen op welk resultaat van satipatthana-praktijk dan ook. We moeten daarbij herinneren aan een bezoek van de dalai lama en een senior Srilankaanse monnik op missionerende rondreis aan het Nederland waar een miniem deel van de bevolking zojuist had geleerd dat boeddhisme zittende meditatie is volgens de techniek die onderandere werd onderwezen door Go-enka, Mahasi Sayadaw en nog enkelen uit die Zuidaziatische regio. Geen van de gepijde bezoekers aan NL had zich daar ooit aan gewaagd, en geconfronteerd met een zaal vool kruisbeens op de grond zittende meditators waren ze min of meer verplicht die houding eveneens aan te nemen, hetgeen een deerniswekkende aanblik opleverde. Diegenen onder ons, d.w.z. de raw recruits onder de monialen die iets handiger met de Engelse taal omgingen werden in de loop van de daaropvolgende jaren gadegeslagen en voorzichtig ondervraagd. Dat was in die tijd ook de ervaring in de hoofdtempel van het Foguanshan in Taiwan (dat gaan wij ook doen, maar dan wel onder leiding van iemand van ons, d.w.z. een Chinese meditatiemeester). Jaren later, terug in eigen tempel in "KL" meende de Srilankaan, die zich te NL vernederd moet hebben gevoeld, terug te moeten meppen: "maar natuurlijk, eenmaal in het kleinste kamertje zijn we er aandachtig van bewust de wc-borstel te gebruiken."
(2) Het fragment beginnend met "Since then translations ..."
Omdat het online boeddhistische woordenboek sinds 2006 niet meer schijnt te zijn bijgewerkt, moet er langs deze weg even aandacht worden gegeven aan een belangrijke tekst uit het theravāda-boeddhisme, waar de taal het Pāli wordt gehanteerd.
De opmerking is er, 1 maart 2019, na het zien en beluisteren van een Sanskriet-hindutekst de Ramāyana die geschreven werd door Válmiki. In die opname werden een aantal vertalingen met elkaar vergeleken met betrekking tot het woord vivéka dat zowel in het klassieke Sanskriet voorkomt als in het Pāli.
In dit boeddhistische woordenboek wordt de Mahā Sati-patthána Soetta (D22) geciteerd met"
"En wat, monniken, is juiste concentratie (samma samádhi)? Hierin gaat en verblijft een monnik, vrij van zintuiglijke dingen, vrij van karmisch onheilzame zaken, in tot de eerste meditatieve verdieping, die gepaard gaat met gedachtenconceptie (vitàkka) en redenerend denken (vicara - spreek: vietsjáára) en die vervuld is van vreugde (piti - spreek: piiti) en geluk (sukha - spreek: sóekka), geboren uit onthechting (vivéka)."
In de Pāli-traditie, zoals deze ook onderwezen wordt door srilankaanse monnikgeleerden betekent vivéka onthechting, vrij zijn van alles.
In het klassieke Sanskriet echter staat vivéka voor goed onderscheidingsvermogen, of vermogen tot juist onderscheiden. Een vivékin is dan iemand die in staat is tot juist oordelen.
Intrinsiek zijn beide stromingen het wel min of meer met elkaar eens: iemand die de dingen juist ziet, is bevrijd, onthecht. Maar in de vertaalpraktijk is het toch verkieselijk vivéka neer te zetten als in het Sanskriet-voorbeeld, desnoods met een voetnoot er bij.
|
Deze pagina is er een op de site www.buddha-dharma.nl 
www.buddha-dharma.nl is eigendom van White Jade River, Instituut voor Boeddhisme
|
| |